instagram

Café Corthenberg

Een bos kan natuurlijk moeilijk mooier zijn dan op zo’n licht druilerige zaterdag in mei. In de lichte nevel doemen Rododendrons op, terwijl het niet meer zo jonge groen van de bomen een zachte sluier om heeft van verwaaiende motregen. Er zijn mensen die daar depressief van worden, en geef ze eens ongelijk. Vooral op zo’n beladen plek. Maar zij is er allesbehalve depressief. Dat gaat zelfs zo ver, dat ik, na er met lood in de schoenen heengereden te zijn, er na vijf minuten al een stuk blijer rondloop. Zonder pillen.

Na de korte wandeling zetten we ons in het Grand Café. Zij een appelsap. Ik een biertje. De barkeeper weet op welke temperatuur ze haar appelsap wil. Aan de piano een telg uit het roemruchte geslacht Cochius. Net als zijn eerder overleden fluitspelende verwant rijgt deze Cochius oude en nieuwe evergreens aan elkaar en hij doet dat met even weinig gevoel voor ritme of perfectie als de Utrechtse fluitist, maar ook met even veel plezier en hartstocht. Buiten schuilen de herten in het hertenkamp onder de  grote kastanje voor de regen.

Mooi hè, zegt ze. Zoveel woorden kan ze nog wel achter elkaar zetten. En glunderen kan ze.

Terug in de huiskamer roept een nieuwe buurvrouw: ‘Hé, heb je je vriend meegenomen? Nou, hij mag er wezen, hoor!’ Ik lach. Zeg, dat ze het niet verder mag vertellen. Mijn moeder lacht ook. Ze is gelukkig. Sterker nog. Er komt geen zinnig woord meer uit en namen en gezichten vervagen iedere dag verder, maar ik weet één, misschien wel droevig, ding zeker: ze is nog nooit in haar leven zo onbekommerd gelukkig geweest als dit laatste jaar in De Corthenberg.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

1 reactie

Reageren kan niet

Scroll Up