instagram

Toeschouwers aan het woord (5): Wat jij leuk vindt hoef ik nog niet leuk te vinden

Ze wonen om de hoek bij Paleis Huis ten Bosch in een prachtig jarentwintighuis. Miriam (interieurontwerpster, 64) en Patrick (marketingadviseur, 66) van Weel zijn grote theaterliefhebbers en al meer dan veertig jaar elkaars levenspartner. Theaterbezoek is een vast onderdeel van hun leven, en van dat van hun drie kinderen en zeven kleinkinderen.

Patrick: ‘We gaan zeker twintig keer per jaar naar toneel. We zijn heavy users.’

Miriam: ‘Ik ben vanaf mijn twaalfde door mijn ouders meegenomen naar toneel. Sindsdien ben ik altijd blijven gaan. Ik vond het toen ook heel leuk. Ik weet zelfs nog het allereerste stuk dat ik heb gezien: Er is een moord gepleegd, heette dat geloof ik. Dat moet dus in 1961 zijn geweest. Alle drie de kinderen gingen naar elk toneelstuk mee. Het is er dus met de paplepel ingegoten.’

Altijd naar toneel?

Miriam: ’Nee, ook cabaret. En het circustheater.’

Patrick: ‘Dat was er toen nog niet.’

Miriam: ‘Nou ja, allerlei theatertjes: Diligentia.’

Patrick: ‘En we gaan nu ook weer met onze kleinkinderen.’

Dus jullie zijn ook altijd met jullie kinderen gegaan?

Miriam: ‘Ook vanaf twaalf jaar. En met onze kleinkinderen soms nog jonger. Dit seizoen zijn we met het hele gezin naar Jochem Myjer geweest. Ze zijn bijna van het balkon afgevallen van het lachen. Ze vonden het helemaal top. Ik ook trouwens. Maar we nemen ze mee vanaf hun derde jaar. Naar Nijntje. Dat soort stukken.’

En ze vinden het altijd leuk?

Patrick: ‘Soms minder, maar daarom denken we er altijd ook heel goed over na waar we ze mee naartoe nemen. Je moet geen heel moeilijk stuk aan een kind laten zien. Je moet ze wel enthousiast maken. Het is als met wijn drinken. Waar ik dan geen voorstander van ben, maar als je dat jong een beetje leert, weet je er ook meer van af. Mijn vak is communicatie en tegenwoordig gaat alles over “belevenis”. Alles moet een belevenis zijn. Theater is al van oudsher een belevenis. Ook als de spelers of het stuk minder goed zijn. Het heeft toch een vibratie die andere dingen niet hebben.’

Miriam: ‘Ik zie het ook weer bij mijn kinderen: als het licht uitgaat, de geluiden verstommen, dan begint het. Een rilling. Dat is een gevoel dat ik nog steeds heb. Yes, het wordt leuk!’

Patrick: ‘Het enige wat ik mis, en dan kom ik ook weer op mijn vak, de marketing, en dat wil ik ook graag vertellen, is dat de theaters meer aan die belevenis moeten doen. Zeker in deze tijd. Ik vind ze vaak nog te passief. Van den Ende heeft dat beter begrepen. Als je in het Circustheater komt word je als vorst behandeld. Dat begint al bij de portier, die je van harte welkom heet. Dat is leuk, en het is zo simpel. Dat zou je veel meer aandacht kunnen geven. Daarnaast is de hele techniek van het theater ook een belevenis. Ik nam mijn kinderen bijvoorbeeld mee naar Soldaat van Oranje, terwijl ze daar eigenlijk niet zoveel zin in hadden. Waarop ik zei: door de techniek alleen al is het een belevenis. De techniek moet je gaan zien. Uiteindelijk waren ze dolenthousiast.’

Jullie kinderen zijn allemaal theaterliefhebbers?

Patrick: ‘Mijn schoonzoon eigenlijk helemaal niet. Die is daar helemaal niet mee opgevoed, maar die begint langzaam aan wel overtuigd te raken.’

[Tweet “Van voorstellingen als die van Jochem Myjer bestellen we altijd het maximale”]

Miriam: ‘Die hebben we ook meegenomen naar Jochem Myjer. We bestellen aan het begin van het seizoen altijd de kaarten, ook voor vrienden, en voor sommige voorstellingen bestellen we gewoon extra veel. Van voorstellingen als die van Jochem Myjer bestellen we altijd het maximale, en we proberen via vrienden ook het maximale te krijgen, zodat we het hele gezin mee kunnen nemen.’

Jullie zijn duidelijk heel actief in het betrekken van je kinderen bij het theater. Dat is best uniek.

Miriam: ‘Maar je legt ze toch ook op dat ze moeten rekenen, dat ze moeten sporten en dat ze hun talen beheersen? Voor mij is het gewoon een stukje opvoeding. Je moet toch genieten van kunstenaars? Het is net als met een museum: ik vind dat je daar regelmatig je kinderen en kleinkinderen mee naartoe moet nemen.’

Patrick: ‘Je gaat je kinderen geen dingen opleggen die je zelf niet leuk vindt. Wij vinden het leuk als zij de lol meebeleven.’

Miriam: ‘Daar komt ook bij: we zijn een overdreven hecht gezin, we doen ook alles met elkaar.’

Nog steeds?

Miriam: ‘Ja, we wonen ook allemaal in een straal van honderd meter van elkaar. We zien de kleinkinderen bijna dagelijks en we gaan ook nog steeds samen met vakantie.’

Gaan jullie altijd met de kinderen naar het theater, of ook wel eens samen?

Miriam: ‘We gaan zeker ook vaak samen. We hebben ook een theatergroepje. Dat groepje is ontstaan doordat ik altijd kaarten bestel. Dat zijn mensen van hier uit de buurt. Als het even kan gaan we samen eten van tevoren. We hebben net weer kaarten gekocht voor een benefietvoorstelling van Youp van ’t Hek in het Circustheater, om Theater Pepijn te behouden. Dat doen we dan weer samen. Ik zag nog ergens kaarten binnenkomen van iets?’

Patrick: ‘Ja, van Diederik van Vleuten. Die heeft dat nieuwe programma over de Eerste Wereldoorlog. Dat hebben we de vorige keer dat het hier was gemist, dus heb ik nu tijdig besteld. We hebben zijn vorige programma gezien, over Indonesië. Dat vond ik een heel bijzonder programma. Het kwam een keer terug in de schouwburg, dus dat hebben we geboekt voor volgend jaar mei.’

Jullie boeken alles van tevoren?

Miriam: ‘Bijna alles. Een enkele keer niet.’

Patrick: ‘Anders past het ook niet in je agenda.’

Miriam: ‘Ik kan ook wel eens niet. Dan geef ik het kaartje weer weg aan vrienden. Je kunt toch niet inschatten of je altijd kunt.’

[Tweet “omdat we allebei heel klein zijn, willen we eerste rij balkon zitten”]

Hoe gaat de keuze?

Miriam: ‘Die bepaal ik. Ik krijg van de schouwburg te horen dat de gids uit is. Als vriend van de schouwburg hoor je dat iets eerder. Razendsnel maak ik dan een eerste keuze, en ik bel daarna vrienden op om te vertellen dat de gids uit is. Of ze dan die avond komen eten om het programma af te stemmen, of ik stuur ze mijn keuze waarop zij dan weer kunnen reageren. Zo proberen we dat een beetje te combineren. En omdat we allebei heel klein zijn, willen we eerste rij balkon zitten. Daarom ben ik er altijd als haantje-de-voorste bij. Dan kan ik het in elk geval zien. Ik was laatst weer in een bioscoop, en dan heb ik dus altijd de langste Hagenaar voor me. Dan mis ik veel.’

Patrick: ‘Ik kijk ook naar de keuze, en maak soms mijn eigen keuze. Dan zijn er typisch vrouwenstukken, en daar ben ik niet zo in geïnteresseerd.’

Wat voor stukken zijn dat?

Miriam: ‘Alle monologen.’

Patrick: ‘De Vaginamonologen, heette dat zo?’

Miriam: ‘Je hebt allerlei monologen. Hormonologen.’

Patrick: ‘Weet ik niet wat.’

Miriam: ‘Hij vindt dat niet leuk, maar ik wel, dus dan ga ik een keer met mijn vriendinnetjes. Vind ik ook helemaal niet erg.’

Wat is een typisch mannenstuk?

Miriam: ‘De prooi, hè.’

Patrick: ‘Dat soort dingen.’

Miriam: ‘Maar die zijn ook voor vrouwen, hoor.’

Patrick: ‘Ik heb dan ook dat boek gelezen. En ben dan benieuwd hoe ze dat tot toneelstuk hebben bewerkt.’

En na die eerste keer ligt de keuze vast?

Patrick: ‘Er komen ook wel dingen tussendoor. Eigenlijk zouden we vanavond naar Stiletto van Ellen ten Damme gaan, maar toen was er een andere afspraak.’

Miriam: ‘Er kwam laatst ook iets van het Spuitheater binnen, over muziek die bijzonder zou zijn. Misschien leuk.

Eigenlijk vinden we alles wat live is leuk. Ik kan ontzettend genieten van opera, maar die wil ik dan niet in de schouwburg zien, maar in Ahoy, of een ander groots gebeuren.’

Patrick: ‘Dat is er niet meer, hè. Opera in Ahoy was er een tijdje, dat is ook heel bijzonder. Een echte belevenis. Dat je in zo’n grote arena een opera opvoert. Met paarden en weet ik veel wat.’

[Tweet “Ik kan ontzettend genieten van opera, maar die wil ik dan niet in de schouwburg zien, maar in Ahoy,”]

Miriam: ‘Cabaret vinden we ook leuk. Concerten, daar komen we niet zoveel aan toe. Omdat er al zoveel toneel is. Ik denk zelfs dat als we alles bij elkaar optellen we zelfs nog wel vaker dan die twintig keer per jaar gaan. Maar we vinden theater ook heel belangrijk.’

Live oké, maar is er nog iets wat nog sterker je voorkeur heeft?

Miriam: ‘Ik houd altijd wel van vlotte stukken. Ik houd ook wel van klassiekers zoals Shakespeare, maar we hebben op school al zoveel Shakespeare gehad dat ik denk: laat dat maar even zitten. Dat komt als laatste. We hadden vorig jaar een Macbeth. Ik vond dat echt een dramastuk. Ik zal het wel niet begrepen hebben, maar ik vond dat echt te vies, te bloederig. Gatsie, nee. Vreselijke kostuums. Daar kan ik dan weer niks mee. We kijken het dan wel uit, hoor.’

Patrick: ‘De mensen van de schouwburg kennen ons een beetje. Die raadden ons dat stuk aan. Dat viel dus tegen. Het voelde heel experimenteel aan, bijna uit de jaren zeventig. Met allemaal bloed en viezigheid.’

Miriam: ‘Zeer knap gespeeld, dat wel.’

Lezen jullie recensies?

Miriam: ‘Die lees ik nooit. Nooit. Kom ik niet eens toe. Daar heb ik het te druk voor en het boeit me ook niet.’

Patrick: ‘Mij ook niet.’

Miriam: ‘Wat jij leuk vindt hoef ik nog niet leuk te vinden. Het is misschien heel pedant, maar ik wil mijn eigen recensie. Al zou je nu tegen me zeggen dat het een slecht stuk was, ik zal blijven volhouden dat ik Strange interlude het beste stuk van het jaar vond. Al zou je het tien keer tegen me zeggen. Fantastisch toneelspel, met name die Ariane Schlüter.’

Patrick: ‘We zien ook niet alleen de Koninklijke Schouwburg hoor. Het Appeltheater doen we ook vaak. En vooral dan die stukken met eten erbij. Zo’n stuk duurt dan acht uur. Heel spannend en bijzonder is dat.’

Kies je op inhoud, of acteurs?

Miriam: ‘Vooral op inhoud.’

Patrick: ‘Ik kijk meer naar acteurs.’

Miriam: ‘Het moet me aanspreken. De inhoud is belangrijk. Dat geldt ook voor film.’

Gaan jullie ook vaak naar de film?

Miriam: ‘Vaak, ja. (lachend:) Het lijkt wel of we niets anders doen.’

Patrick: ‘Ik probeer vooral naar films te gaan waar iets mee is. De nieuwe wildernis, die nu is uitgekomen, dat wil ik zien. Maar ik ga normaal niet naar een natuurfilm.’

Miriam: ‘Het gekke is, bij films kijk ik meer naar de acteurs. Als er een bepaalde acteur is van wie ik houd, dan is de film meestal ook goed, omdat diegene altijd in zulke films speelt. Bij mij moet een film feelgood zijn.’

Patrick: ‘Bij mij juist helemaal niet. Ik ben naar Tsunami geweest.’

Miriam: ‘Dat zou ik niet overleven.’

Patrick: ‘Vreselijke film om mee te maken, maar heel bijzonder. Dat is dan iets raars, en dat wil ik dan zien om te kijken wat dat inhoudt.’

Miriam: ‘Dat is mij allemaal veel te heftig. In een film kun je heel veel laten zien, dat meteen zo zwaar overkomt. Het komt meteen binnen. Bij toneel is er heel vaak een gebied dat je niet ziet, maar dat je zelf kunt invullen. Daar hecht ik erg aan. Dan kun je het minder zwaar maken dan die bloedspetters op de tv of in de film. Ik kan het in theater iets verzachten. Ik kan het verdriet ook iets verzachten. Ik weet wel dat het er is, maar mijn verbeelding kan het beter regelen dan in de film.’

[Tweet “Bij toneel is er heel vaak een gebied dat je niet ziet, maar dat je zelf kunt invullen”]

Hebben jullie een voorkeur voor een zaal?

Miriam: ‘De Koninklijke Schouwburg, daar gaan we graag heen, en Diligentia vinden we ook heel prettig, In Amsterdam heb je ook heel veel van die kleine theatertjes, zoals Bellevue, vind ik ook heel leuk. Carré is natuurlijk bijzonder. We zien zalen in Amsterdam, Rotterdam en dan ook nog Rijswijk. Die doen we ook wel.’

Patrick: ‘Je hebt toch een soort band met een zaal, zoals de schouwburg. We weten hoe je er komen moet, we kennen de weg, we weten waar je parkeren moet, we zijn vriend en krijgen het programma.’

Miriam: ‘Ik vind zelf de schouwburg het leukst. Behalve dan dat ze een paar jaar geleden die stoelen allemaal grijs hebben gemaakt. Dat was vroeger allemaal rood pluche. Dat is wat Italiaanser, dat vond ik leuker. Maar de schouwburg was ook het eerste theater waar ik heen ging als kind. Dat blijft altijd bijzonder.’

Patrick: ‘Ik vind de schouwburg ook echt een avond uit.’

Miriam: ‘Zelfs als het stuk niet zo goed is, want dat gebeurt best wel eens, zullen we nooit opstaan tijdens de voorstelling.’

Jullie gaan nooit naar het Theater aan het Spui?

Patrick: ‘Goede vraag. Daar gaan we eigenlijk nooit heen. Weet je dat dat met de locatie te maken heeft?’

Miriam: ‘Ja, wij vinden dat een vervelende locatie. Je kunt er je auto niet kwijt.’

Patrick: ‘Dat kan wel, onder het stadhuis.’

Miriam: ‘Maar ik houd niet van parkeergarages.’

Patrick: ‘Ik ben er nog maar een keer geweest. Bij een amateurgroep. Dat was ook heel slecht.’

Miriam: ‘Ik houd meer van de oudere theaters. De Koninklijke Schouwburg, Diligentia, die zijn voor mij “wow”.’

Patrick: ‘Luxor vind je toch ook leuk?’

Miriam: ‘Nee, vind ik helemaal niks. Veel te kil. Te modern. Ook het Spui, in dat stadsdeel, met al die hoge gebouwen. Het doet me niks, ik vind het weinig charmant.’

Patrick: ‘De Appel vind je dan wel goed?’

Miriam: ‘De Appel vind ik helemaal geweldig, met al die verschrikkelijke kleuren en al dat onaffe en doe-het-zelf-gedoe. Alsof ze net allemaal hebben staan schilderen.’

Nooit weggelopen in die veertig jaar?

Miriam: ‘Één keer. Dat is zeker tien jaar geleden. Ik ben het stuk vergeten. Maar dat was zo gruwelijk. Iets met een geit. Iets experimenteels over seks met een geit. Ik weet het totaal niet meer. Zo’n onsmakelijke gedachte alleen al, toen ben ik opgestaan en weggegaan. Daar kon ik echt niet tegen. Dat is waarschijnlijk ook mijn onvermogen dat ik het stuk niet helemaal begreep of zo, maar ik vond het heel erg. De naam Sylvia zit er ook in. Het was een misser.’

Dat was de enige keer?

Patrick: ‘Ja, ik vind ook: als het niet mooi is, de acteurs doen toch hun best. Je hoeft het niet altijd zelf mooi te vinden.’

Miriam: ‘Dit stuitte me tegen de borst. Ik ga niet een avond naar een toneelstuk om dit soort dingen te zien. Ik kom om me te vermaken.’

Patrick: ‘We gaan eigenlijk nooit naar experimenteel toneel.’

[Tweet “Ik ga niet een avond naar een toneelstuk om dit soort dingen te zien. Ik kom om me te vermaken.”]

Maar hoe weet je zeker dat je geen experiment krijgt?

Miriam: ‘Vaak herken ik het wel aan de omschrijving. Dat met die geit was even een misser. Uit de tekst bleek dat het geen experiment was, maar de uitvoering sprak mij niet aan. Misschien als ik er een toneelrecensent bij had gehad die mij was gaan uitleggen waarom het zo was gedaan, dan had ik het misschien gewaardeerd. Ik denk dat het ook een stukje onkunde is. Nogmaals: de acteurs waren geweldig. Maar de tekst was verschrikkelijk.’

Patrick: ‘Ik twitter dat dan wel.’

Je twittert?

Patrick: ‘Ja, ja. Ook als het goed is. Dat vind ik een beloning. Als ik iets heel goeds heb gezien, dan twitter ik dat, en ook als ik iets heel slechts heb gezien. Het is tenslotte ook mijn vak.’

Best opvallend, gezien jullie leeftijd.

Miriam: ‘Maar we zijn heel vooruitstrevend, hoor. Ik was denk ik de eerste van mijn leeftijd met een iPhone. Zei iemand op straat: ik heb nog nooit zo’n oude vrouw met een iPhone gezien.’

Jullie zijn sinds jullie elkaar kennen in 1965 samen naar theater geweest?

Miriam: ‘Niet altijd. We hebben er die eerste jaren ook nauwelijks geld voor gehad. Want het is best prijzig, al met al. Je kunt er ook een dikke vette vakantie voor hebben. Maar die eerste jaren toen we nog studeerden en met kleine kinderen zaten, moesten we dag en nacht keihard werken. Toen hadden we er ook nog geen geld voor. We gingen wel een paar keer per jaar, op uitnodiging van mijn moeder.’

Patrick: ‘In die tijd zijn we wel in Londen naar de eerste versie van Hair geweest. Dat was heel erg bijzonder. Waarom zeg ik dat: in het buitenland zijn die dingen veel duurder dan in Nederland. En dan: het is wel duur, maar als je kijkt naar wat je er allemaal voor krijgt …’

Miriam: ‘Alle kostuums, alle decors, alle visagisten. Dan vind ik een kaartje van 35 euro misschien veel geld, maar niet duur voor wat je krijgt. En iedereen heeft zo zijn hobby. Er zijn mensen die postzegels verzamelen, wij doen dit.’

Patrick: ‘Dit is geen hobby. Het voelt niet als hobby. Het is iets wat leuk is om te doen. Een hobby is iets waar je fanatiek in bent.’

Het komt nogal eens voor dat er bijvoorbeeld vijf Medea’s in een seizoen te zien zijn. Gaan jullie kijken en vergelijken?

Miriam: ‘Nee hoor, absoluut niet.’

Patrick: ‘Zo professioneel zijn we niet, we zijn ook geen experts of wat dan ook. Nee.’

Miriam: ‘We zijn gewoon gezellige amateurs die houden van toneel.’

Volgen jullie ook gezelschappen? Regisseurs?

Miriam: ‘Nee. Helemaal niet. Ik weet vaak ook niet welke regisseur iets maakt. Dat interesseert me niet. Acteurs volg ik wel. Als ik nu een aankondiging zie van een stuk met Anniek Pheifer, dan ga ik meteen. Dat is de beste actrice die we hebben. Een stuk met Anne-Wil Blankers, daar ga ik ook heen.’

[Tweet ” Ik weet vaak ook niet welke regisseur iets maakt. Dat interesseert me niet”]

Patrick: ‘Er moet wel iets mee zijn. Er werd een stuk aangekondigd met Eric Schneider en zijn zoon. Daar wilde ik graag heen, maar het viel heel erg tegen. Niet de spelers, maar het stuk. Dat vond ik echt een gemiste kans. Maar dat is mijn persoonlijke mening.’

Is het toneel veranderd?

Miriam: ‘Het is allemaal wel veel mooier geworden. De uitvoering van de decors en kostuums is allemaal veel verfijnder.’

Patrick: ‘De vrije producties hebben daaraan bijgedragen. Van den Ende was daar een motor in. Zijn decors waren mooier en het reguliere toneel moet mee. Dat gevoel heb ik.’

Miriam: ‘En ook de techniek is verbeterd. Jochem Myjer gebruikt zoveel techniek. Ook als je niet van Jochem Myjer houdt, vind je dat nog mooi. En het acteren is veel natuurlijker geworden.’

Mensen klagen weleens over al die microfoontjes van die acteurs.

Miriam: ‘Helemaal niet erg.’

Patrick: ‘Daarvoor zitten we ook te ver weg. Wat ik heel storend vind, dat zijn die oude mensen, die krijgen dan een gehoorapparaatje en dat werkt dan niet altijd en dan gaat het piepen.’

Jullie praten ook met niet-theatergangers over voorstellingen?

Patrick: ‘Jazeker, en het wordt vaak ook goed ontvangen. Dat mensen zeggen: we zouden dat zelf toch ook eens moeten doen.’

Miriam: ‘Soms is een stuk maar heel kort te zien, en dan is de stap om een kaartje te kopen best heel groot. De schouwburg is niet open, of je kunt pas tussen vier en zes. En voor je het weet is het drie dagen verder en is het al uitverkocht. Dat wat wij doen: heel lang van tevoren alle kaarten bestellen en verder luisteren naar wat er nog meer is, dat is wel beter.’

Patrick: ‘We hebben één jaar gehad dat we zeiden: laten we nu niet voor een heel seizoen kaarten kopen, en laten we kijken hoe dat gaat. Toen zijn we uiteindelijk maar één keer gegaan. Want of er was wat, maar dan hadden we al een afspraak, of we konden niet, of er waren geen kaarten meer. Dus toen zeiden we: dat doen we niet meer.’

Miriam: ‘Als je echt iets speciaals wilt zien, moet je lang van tevoren bestellen. Wij bouwen ons hele jaarprogramma daar ook omheen. Als we een paar dagen weg willen, kijken we eerst ook of dat kan, en of er niet per ongeluk een voorstelling tussen komt. Dan kan het zijn dat we een dag later gaan, of een dag eerder terugkomen. Dat kan niet altijd, maar dan is er altijd wel een liefhebber, en dan geef je je kaartje weg.’

In jullie tijd is er best wat veranderd in het toneel. Het Nationale Toneel kwam, De Haagsche Comedie ging. Hebben jullie daar een mening over?

Miriam: ‘Nee. Het werd iets vlotter, maar voor de rest: wat er te zien is, daar gaat het om. Niet hoe ze dat noemen, of hoe dat georganiseerd is.’

Patrick: ‘Wij vinden alles leuk. We snacken meer. We zijn geen experts.’

[Tweet “wat er te zien is, daar gaat het om. Niet hoe ze dat noemen, of hoe dat georganiseerd is.”]

Miriam: ‘We doen wat ons plezier verschaft. Dat is ook onze levensvisie.’

Patrick: ‘Wat wel in positieve zin is veranderd in de schouwburg: sinds een paar jaar hoef je niet meer te betalen voor de garderobe. Ik vond dat zo kinderachtig. En het pauzedrankje zit in je kaartje. Prima vind ik dat. Daar zouden ze in het algemeen meer aandacht aan kunnen besteden. Om het leuker, makkelijker en laagdrempeliger te maken. Mensen die we meenemen zijn ook blij verrast dat het drankje erin zit. Daar zou je in de theaterwereld best wat meer mee kunnen doen.’

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

2 reactie

Reageren kan niet

Scroll Up