instagram

Niet VVD en PVV, maar de ‘oude’ politiek heeft de podiumkunsten een slecht imago bezorgd.

Mark Rutte en campagneleider Stef Blok vieren ...

Image via Wikipedia

Dat kopje zal uw aandacht hebben getrokken, maar het is dus wel waar. Ook al hebben louche types als Martin Bosma en Bart de Liefde samen met Mark Rutte en Halbe Zijlstra de afgelopen maanden hun uiterste best gedaan om de kunst verdacht te maken, de oorzaak van het imagoprobleem ligt veel verder terug in de geschiedenis. We kunnen het begin van het probleem ergens leggen in de jaren zeventig. Omdat de kunsten toen de plicht kregen te democratiseren en het volk te onderrichten in weerbaarheid werd de kunst gedwongen de wijken in te gaan. In buurthuizen werd het macrameeën ontdekt, en die buurthuizen werden culturele centra waar ook nog eens een volwaardige – zij het multifunctionele – theaterzaal bij werd gebouwd. Geschikt voor de lokale amateurverenigingen, kerkgenootschappen en sportclubs, ongeschikt maar verplicht voor de professionals die met hun kunst de buurten in moesten.

De economische voorspoed van de jaren negentig heeft er daarna voor gezorgd dat er in ieder gehucht van Nederland inmiddels een heuse schouwburg is neergezet. Mooi glas, beton en baksteen, hier en daar pluche. Net echt. En die theatergezelschappen maar reizen. Maandag in Dorp A bouwen, eten bij de lokale chinees en spelen voor een half gevulde zaal, afbreken, terug naar Amsterdam en morgen het hele feest herhalen in Gehucht B. Voor de spelers is het een crime, want ze maken lange dagen, staan altijd in de file en spreken nooit een toeschouwer.

Voor de bewoners van het ontvangende dorp is het een crime want in hun theater staan met de regelmaat van de klok voorstellingen waar ze niets mee hebben. Geen wonder dat ze liever cabaret, congressen, concerten en modeshows hebben en bij de eerstvolgende verkiezingen – nu het mag – op een partij stemmen die al dat dure grachtengordeltoneel terug naar Amsterdam bezuinigt.

Let hierbij dus op de woorden ‘hun theater’. Bewoners van een dorp of stadswijk beschouwen dat zaaltje wel degelijk als hun eigendom, en dat is het feitelijk ook. Ze hebben alleen bitter weinig te zeggen over wat erin te zien is. Het liefste nodigen ze iets uit waarop ze trots zijn, waar ze blij mee kunnen zijn, en wat hun feestvreugde verhoogt. Voor Etten Leur of Veenendaal zal dat eerder een theatertour van een grote popband of een lokale amateurvoorstelling zijn, dan Hedda Gabler van Toneelgroep Amsterdam, of een Houellebecq van NTGent. Niks mis mee, want als je het ze eerlijk vraagt, hebben Toneelgroep Amsterdam en NTGent daar ook helemaal niets te zoeken. Zo’n avond in Tiel of Cuijk is een gedwongen, kunstmatig samenzijn waar niemand gelukkig van wordt. Het is alleen en eis en opdracht van de subsidiegevers, die in dit hele spel de enigen zijn die de voeling met de markt zijn kwijtgeraakt.

‘Hoge’ kunst is een verplichting vanuit het door de oude politiek bedachte subsidiestelsel, en die hoge kunst moet overal in het land te zien zijn. Maar dat is dus een probleem, want die hoge kunst moet vervolgens als een bedelaar en vaak ongenode gast langs plaatsen trekken waar het grootste deel van de bewoners helemaal niets met het aangebodene van doen wil hebben. Kan een leuke popband op cabaretier nog fijn zijn om de feestvreugde op het lokale feest te verhogen, de hoge kunst voor de slecht gevulde zaal is een feestje voor een paar snobistische inwoners die willen doen of ze voor een kwart van de prijs in de randstad wonen, maar die makkelijk een uurtje kunnen en willen reizen naar hun vermaak.

Podiumgezelschappen die de plicht hebben tot het maken van hoge kunst moeten daarom niet meer reizen. Net als in Duitsland en andere delen van de beschaafde wereld moet de hoge kunst zich dáár vestigen waar die zich thuisvoelt. Op die plek bouwt de hoge kunst zich een huis dat past bij het werk dat men levert. Men schenkt er dure koffie of levert bier uit blik, al naar gelang het unieke karakter. Men speelt er Shakespeare of danst iets dat men zelf in elkaar heeft geschroefd, zet er pluchen stoelen neer of houten banken.

Het gaat er dus om dat het publiek voortaan op bezoek gaat komen bij die hoge kunst, en niet andersom. Andersom werkt averechts en is bovendien in strijd met de enige plicht die hoge kunst heeft, en dat is de plicht om uniek te zijn. Je gaat niet bij mensen op bezoek om ze uit te schelden of te choqueren, maar je zult zien dat er heel graag mensen bij jou op bezoek komen om te worden uitgescholden en gechoqueerd. Je nodigt als ‘cultureel linkschmens’ immers ook Bert Brussen niet uit op de koffie, maar vind het wel heerlijk om hem op Geenstijl uit de bocht te zien vliegen.

Zo werkt dat.

Enfin. We zullen er met zijn allen voor moeten zorgen dat het betaalbaar blijft, maar een voorstelling op reis kost misschien wel meer geld dan een bijdrage in de reiskosten van 500 toeschouwers.

Maar het is vooral een oplossing voor het rampzalig slechte imago van de gesubsidieerde podiumkunsten. Kunst die bezoekers ontvangt in plaats van andersom is kunst die gerespecteerd wordt. Al die gemeenteraden weten vast wel raad met die wijk- en dorpsschouwburgen die nu een deel van hun hoogwaardige bespeling kwijtraken. Ik kan zo al een stuk of tien theaterdirecteuren bedenken die het gesubsidieerde toneel met graagte uit hun seizoensplanning zien vertrekken.

Het betekent vanzelfsprekend dat een groot deel van het cultuuraanbod zal worden geconcentreerd in de steden, en dan vooral in de Randstad. Het opent alleen ook een boel mogelijkheden voor initiatieven in de ‘provincie’, die daar een eigen publiek zullen vinden.

Er is maar één ding voor nodig: het CDA en de PvdA zullen van hun spreidingsideaal af moeten. Zij zullen moeten accepteren dat hoge kunst ook een ander publiek vereist. SP en Groenlinks zullen moeten toegeven dat hoge kunst geen middel is tot verheffing of emancipatie van het volk. Hoge kunst moet gewoon hoge kunst zijn, en overheid moet dat graag laten zien, omdat het een teken is van durf, lef en beschaving, en je het ook nog eens toeristisch en economisch rendabel kunt exploiteren. Als belastingontvangende overheid.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

1 reactie
  1. Beste Wijbrand, je gaat er wel erg makkelijk vanuit dat “Cuijk” of “Veenendaal” “Etten Leur” homogene groepen zijn. Lekker beledigend voor alle subculturen in een gemeenschap, en gewoon niet waar, denk ik. Moet iedereen voor “hoge kunst” maar snel de trein naar Amsterdam nemen? Oneens!

Reageren kan niet

Scroll Up