instagram

De toeschouwers aan het woord (3): ‘De eerste keer op Oerol zijn we helemaal losgegaan’

Janneke Buitkamp (60) en Marja van Rijn (52) zijn bevriend sinds ze naast elkaar lagen op de kraamafdeling van het ziekenhuis en gaan al 15 jaar samen naar Oerol. Ze werken bij Stichting Cliniclown en spenderen elk jaar ongeveer 700 euro aan het unieke buitenfestival op Terschelling.

Toen Marja en Janneke elkaar tegenkwamen op de kraamafdeling van het ziekenhuis in hun woonplaats Arnhem klikte het meteen. Ze hadden allebei een grote liefde voor zelf met theater en improviseren bezig zijn. Marja, opgegroeid in een ondernemersgezin, heeft het vak leren kennen toen ze in de zorg ging werken met verstandelijk gehandicapte mensen. Ze speelde er in een cabaretgroep. Nadat ze de opleiding tot docent drama had afgerond ging ze aan de slag als dramadocent aan de verpleegopleiding. Janneke, afkomstig uit een boerenfamilie, leerde het theater pas kennen via vrienden in Groningen. In de jaren tachtig besloot ze ook docent drama te worden, maar de opleiding in Leeuwarden viel tegen. Tien jaar later is ze naar de dramaopleiding in Eindhoven gegaan.

Inmiddels zijn Janneke en Marja praktisch buren in de groene wijk in Arnhem Zuid. Achter het huis van Janneke hangt ’s zomers een geïmproviseerd televisiescherm tussen de bomen en is er een veldbioscoop voor de buurt.

Ze gaan ook door het seizoen heen regelmatig samen naar het theater.

Waar kiezen jullie dan voor?

Marja: Bambi.

Janneke: Carver.

Marja: Maar dat is niet meer de Carver van toen. Die zijn opgeheven.

Janneke: We bezoeken meer de kleine zaal voorstellingen. De grote zaal doen we minder.

Marja: Dat valt mij altijd op. In de kleine zaal ben ik er dichter bij. Het spreekt me meer aan dan in de grote theaters.

Hoe bepalen jullie waar je heen gaat?

Marja: Ik lees de Volkskrant en spel de kunstpagina. En ik kijk veel op internet.

Janneke: Voor mij gaat het ook om favoriete mensen waar je meer van gezien hebt. Zoals Carver en Bambi.

Hoe heb je die leren kennen?

Marja: We hebben heel lang samen in een spelgroep gezeten in Arnhem. Als we speltraining nodig hadden nodigden we zelf elke keer docenten uit. Met die groep zijn we op een gegeven moment ook naar theatervoorstellingen gaan kijken. Dan kozen we thematisch, en daar hebben we toen Bambi en Carver leren kennen. We deden niet zoveel teksttoneel, maar vooral theater dat gemaakt werd vanuit een thema of een andere inspiratiebron.

Is dat nog steeds geldig?

Marja: Ik denk het wel. Hoewel we ook vak naar Oostpool gaan en die maken wel tekstvoorstellingen.

Janneke: We zijn net naar een stuk van die twee dames, hoe heten ze ook alweer, geweest. Die hadden een heel heftig stuk gemaakt. We kenden ze ook al van Oerol.

Marja: We vergeten altijd de namen. Boogaart en van der Schoot.

Janneke: Die gaan er echt in. Die durven het echt te leven op het podium.

Marja: Wachten op Godot van Oostpool was trouwens ook heel mooi.

Hoe kom je erachter wat er speelt?

Marja: Via de krant, maar ook van horen zeggen. Mensen die vragen of je meegaat. Zo gaan we ook wel eens naar de Verkadefabriek in Den Bosch.

Janneke: Collega’s tippen ons ook weleens.

 Lezen jullie recensies?

Marja: Ja. Allemaal. In de Volkskrant. Ik vind het leuk om te horen. Niet dat ik dan denk dat ik hetzelfde zal vinden, maar ik vind het leuk om ze te lezen.

Maakt het nog uit welke recensent?

Marja; Ja, die Patrick van de Hupperdepup en Hein Janssen. Als die Hein Janssen schrijft dan kijk ik altijd wel even. Dan denk ik: Hein Janssen, vijf sterren? Dat doet hij niet vaak. Dan ben ik nieuwsgierig omdat ik weet dat hij heel kritisch is. Maar verder doe ik er niet zoveel mee.

Je gaat niet gelijk een kaartje kopen?

Marja: Nee.

 Jullie gaan al 15 jaar met zijn tweeën naar Oerol. Waren jullie daarvoor al apart naar Terschelling geweest?

Janneke: nee. Toen zaten we in de kleine kinderen. Dat moet je eigenlijk niet vertellen, want dan komt het erin, maar die eerste keer zijn we volledig losgegaan. (Ze schateren het uit)

Marja: Wij zijn de eerste keer volledig losgegaan. We gingen wel vaker weg, maar zo’n week Oerol, dat was iets anders.

Janneke: We waren eindelijk even onafhankelijk.

Marja: Kamperen, muziek, theater,

Janneke: Fietsen, afzien, dansen. Ja. We zijn helemaal uit ons dak gegaan.

Waarom kozen jullie voor Oerol?

Janneke: Dat was een wens. Ik kom uit het noorden, dus ik had wel vaak gehoord over Oerol, en ik wilde altijd nog, maar dat gebeurde maar nooit. Tot we zeiden: en nu gaan we. Toen hebben we dat geregeld me onze mannen en kinderen. Die gunden ons dat van harte. Maar je moet je voorstellen dat je zoiets doet nadat je jaren voor de kleintjes hebt gezorgd.

 Gingen jullie ook met het doel om los te gaan?

Janneke: Nee, helemaal niet.

Marja: Maar wat is losgaan? Losgaan is voor mij ook gewoon het ongelooflijk genieten van wat daar is, en het je helemaal eraan overgeven. Het is ook beleving. En dat je misschien af en toe eens flink dronken werd… Dat was niet het losgaan.

Janneke: Moet je je voorstellen dart je daar het wad zit. Met muziek achter je. Zon in een vlakke zee. En dan swingen, leuke mensen. Het kon niet op. We kunnen wel plezier maken met zijn tweeën.

Jullie besloten gelijk om het vaker te doen?

Beiden: Zeker.

Marja: Wat mij goed bijstaat is: heel vroeg op, en dan naar Westerkein om in de rij te gaan staan voor de kaartjes. Om vier uur, vijf uur staat er dan al een heel behoorlijke rij. We wisten dan al wel wat we graag wilden zien.

Janneke: Daar hebben we een heel systeem voor.

Vertel.

Marja: dat was vroeger, want tegenwoordig gaat het allemaal via internet. Maar toen was het anders. Het krantje kreeg je pas op de boot, dus eerder wist je niet wat er was. Die spanning was enorm. Dan had je dat krantje en dan gingen we altijd los van elkaar kijken en kruisten aan wat we wilden zien en streepten door wat we niet wilden zien. Dat legden we bij elkaar en dan kunnen we elkaar nog overhalen op vraagtekens.

Janneke: We hebben wel een beetje dezelfde smaak. Dus meestal komen we er snel uit.

Marja: Bepaalde spelers ken je wel, of een bepaalde regisseur.

Janneke: Of een bepaald verhaal.

Marja: We doen er altijd ook eentje waarvan we geen idee hebben. Voor de spanning.

Janneke: We deden in zo’n lang weekend zeker acht voorstellingen. We hadden het spookdruk Fietsten dat hele eiland over.

Marja: Twee voorstellingen op een dag.

Janneke: Ik mis die rij op Westerkein wel. Het was altijd heel gezellig.

Marja: Allemaal zorgden we ervoor dat we het elkaar naar de zin maakten, want je wist dat het uren zou duren. En dan was het bij de kassa ook nog spannend, want het kon gebeuren dat je voorstelling al uitverkocht was. En dan had je stress omdat er op die dag een gat viel, waar wat anders voor in de plaats moest komen. Dan kreeg je een domino-effect omdat we alles ingepland hadden. Heel snel nadenken, alles uit het hoofd. Maar het was ook wel een sport.

Janneke: We kennen nog steeds mensen uit die rij. En dan kamperen. We stonden vlakbij het festivalveld op Nieuw Formerum. Als we dan goede muziek hoorden sprongen we gelijk op de fiets.

Marja: Ik loop misschien vooruit op je vraag, maar locatietheater is zo mooi. Mijn mooiste voorstellingen , daar heb ik echt bij zitten huilen: Peer Gynt.

Janneke: Van Tryater.

Marja: Die voorstelling was in de duinen, en de zon ging zo mooi onder, het licht was magisch.

Janneke: Ze hadden een hele vijver gegraven en daar kwamen dan feeën uit. Friese paarden kwamen langs. En de strakke lijn van de horizon was magisch.

Marja: Dat deel je dan met die toeschouwers daar. Dan ben je niet alleen. Dat soort voorstellingen vind je niet elk jaar.

Janneke: We hebben ook nog een voorstelling gezien van Ingrid Kuipers. Die was zo hilarisch dat iedereen op de plee nog zat na te lachen.

Janneke: Op Hoop van Zegen. Dat je in een schuurtje kunt zitten met vijftig mensen en dat je acteurs voor je ziet, en blatende schapen buiten hoort. Alsof je in het verhaal zit.

Marja: Hoe heette ze ook weer? Prachtige speelster. Ook een Friezin. Maar ik kom niet op de naam. Maar daar had je dus muziek, de geur, de spelers op genoeg afstand om te kunnen kijken. Ze komen ergens vandaan. Gaan van buiten naar binnen. En aan het eind zie je ze echt de duinen in gaan. Je krijgt zoveel ruimte voor je eigen beelden: daar heb ik hele dag genoeg aan.

 Zijn er ook dieptepunten?

Marja: Een dansvoorstelling op west. Ik weet niet meer door wie.

Janneke: Van die ego’s die zichzelf belangrijk vinden.

Marja: Ik ben altijd welwillend, maar soms zie je gewoon dat iets niet goed is. Dan zie je aan die mensen wel dat ze hun best doen, maar je kunt je er niet mee verbinden.

Kijk je ook online naar recensies tijdens het festival?

Janneke: Nee. Ik wil het altijd met mijn eigen ogen zien. Ik ga niet alles googelen wat er te vinden is. Ik ga liever op mijn eigen oordeel af.

Marja: En op de omschrijving in het eigen blad van Oerol.

Janneke: Dat zijn altijd blije verhalen.

Marja: Daar ben ik ook wel blij om. Als ze negatief zouden zijn, zou ik denken: wie is dat nou helemaal. Mensen vertellen zelf wel wat ze ervan vonden. En soms hebben mensen ook hele rare ideeën. Oerol heeft zoveel verschillende takken van sport. Ik hoef geen recensies te lezen in het Oerol-krantje.

Janneke: Dat is een beetje een feelgood-krantje, en zo hoort het ook.

Komt het weleens voor dat je halverwege het festival hoort dat een voorstelling waarvoor je kaartjes had eigenlijk helemaal niet goed is?

Janneke: O ja. Weet je nog? Dat was Tryater. Die was erg! Die was verschrikkelijk. Met die Russische regisseur. En die duurde lang! En je zat vast op die tribune.

Marja: Maar we hadden wel dat kaartje en we konden het ook niet kwijt, dus dan ga je toch maar in de hoop dat het meevalt, maar het klopte voor geen meter. Het was sneu voor de spelers. Die werkten heel hard, maar er gebeurde niets.

Janneke: En dan betaal je teveel voor te weinig.

Want het is wel een dure hobby.

Janneke: Ja. En wij kamperen nog. We gaan dit jaar voor het eerst in een appartementje onder dak, maar we huurden tot nu toe altijd een rent-a-tent.

Marja: Het eerste jaar hadden we een koepeltentje, maar toen kwamen we erachter dat je ook een tent kon huren. Dus dat deden we. Een padvinderstentje met vier matrasjes, ieder twee. Maar dit jaar dien we voor het eerst een klein appartementje. Maar het is duur.

 Wat kost een voorstelling?

Marja: Op dit moment 15 a 20 euro. En wij doen er dan acht.

Janneke: Dit jaar zes. Want het loopt flink op.

Marja: We hebben vorig jaar onze dochters voor het eerst meegenomen, ingewijd.

Janneke: Ze waren 21 geworden.

Marja: Mijn dochter gaat sinds twee jaar zelfstandig. Zij pakt vooral de muziek. Omdat je daar wat minder voor hoeft te betalen. En het straattheater. Vroeger was er meer klein theater in schuurtjes, met nieuwe theatermakers.

 Bestaat dat niet meer?

Janneke: veel minder dan vroeger.

Marja: Je hebt tegenwoordig steeds meer theatergroepen, zoals de Appel, en die komen meer om een nieuwe voorstelling daar uit te proberen. Vroeger was ook er meer uit het buitenland. Uit Rusland of Oost-Duitsland. Dat is wat minder geworden, die grote spektakelproducties.

Janneke: Maar die gaan ook een beetje vervelen. Al die knappe spektakels en ontploffingen. Dan verlang ik wel naar iets stillers met meer verdieping.

 Het festival is veranderd?

Marja: Jazeker. Het is drukker, en je aanloop is anders. Vroeger wist je pas op de boot wat er zou spelen, nu weet ik via internet al wat er is. Vroeger was Oerol die spannende week, met alle spannende voorpret. Nu is het wat bekender.

Janneke: Het is daardoor wat gezapiger.

Marja: Ik hoop dat het betaalbaar blijft.

 Er is een vooroordeel over het Oerolpubliek, waaraan jullie best wel voldoen: vrouwen van middelbare leeftijd, hoger opgeleid, en zoals je zelf bij het fotograferen zei: altijd met en rode poncho. Hoe zie je dat zelf?

Janneke: Oerol speelt in een periode dat jongeren nog in het einde van hun schooljaar zitten. En jonge gezinnen met kleine kinderen komen sowieso niet.

Marja: Twee jaar terug was Kyteman er. En die gast met die dikke bril die vaak bij DWDD speelt.

Janneke: Iets met au.

Marja: Blaudzun. Dat soort mensen spreken ook jongeren aan. Maar de groep wat oudere mensen is inderdaad wel groot.

Janneke: Pensionada’s.

Marja: We inden het wel leuk als er jongere mensen zijn. Die gaan meestal naar de muziek.

Janneke: Muziek en straattheater kosten niets. En jongeren hebben niet zoveel geld.

Marja: Het is hartstikke duur, Oerol. Daar zouden ze echt iets op moeten bedenken.

Janneke: Je betaalt de boot ook nog. Wij zijn gemiddeld zes, zevenhonderd euro kwijt. Het is dat er geen alternatieven zijn. We dachten dit jaar nog: we gaan naar Berlijn. Maar dat leek ons wat veel, zo’n stad. Barcelona dan? Toch ook niet. Toen werd het toch weer Oerol. Dat blijft onvervangbaar.

Marja: Langs het wad fietsen, dat kan nergens anders zo mooi.

Verschenen in het juninummer van podiumkunstenvakblad TM

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up