instagram

Nanette Edens: ‘Het lijkt wel of een vrouw geen clown mag zijn’

Nanette Edens is een markant actrice, die de afgelopen jaren te zien was in markante theatervoorstellingen. Als het fout liep bleef ze overeind, als het goed ging, maakte ze furore, zoals onlangs nog met de monoloog ‘Hé Jij daar!’ die ze samen met Frans Strijards maakte en met haar rol in Amora van Wittenbols & Ligthert waarmee ze een Colombina won in 2010.

‘Om een ster te zijn moet je ook talent hebben om een ster te zijn. Ik heb niet het gevoel dat ik onzichtbaar ben, maar het interesseert me ook niet om op allerlei voorpagina’s te staan. Ik maak liever mooie voorstellingen. Ik heb nooit dromen gehad over beroemd zijn. Al die aandacht: het heeft me nooit echt bezig gehouden.’ Actrice Nanette Edens, 43, past met haar opvattingen helemaal in haar generatie, de generatie acteurs die begin jaren negentig van de toneelscholen in Nederland afstudeerden: mensen die hun vak uiterst serieus nemen. Maar ze is ook een kind van de jaren zeventig, een tijd waarin mensen belangrijker waren dan hun reputaties: ‘Het is ook heel gevaarlijk om ster te willen zijn, zeker als je jong bent, omdat je volledig onderworpen bent aan de waan van de dag en het beeld dat mensen van je hebben. Ik wilde op de Vooropleiding Theater van Josja Hamann weten wat het vak is. Ik wilde geen ster worden. Ik ben meer geïnteresseerd in mensen en de mechanismes die zich tussen hen vormen.’

 Get Microsoft Silverlight

De jeugdopleiding volgde Nanette Edens in Groningen, bij de opleiding van Josja Hamann. Ze was één van de eersten. Jaargenoten waren Marcel Hensema, Vincent van den Berg en Matthijs van der Meer, die vorig jaar bekend werd als onderwerp van de aangrijpende documentaire ‘De Regels van Matthijs. Toen ze de jeugdopleiding verliet om naar de toneelschool te gaan trof ze in Arnhem Jorn Heidenrijk, Veerle van Overloop en Jacob Derwig. Ze maakt, kortom, deel uit van een bijzondere generatie acteurs, die allen nog steeds een bepalende rol spelen in het theater van vandaag. Het theater in een overgangsfase tussen het bijna collectieve werken van groepen als De Trust, waarmee Theu Boermans een hele generatie Arnhemmers met zich mee naar Amsterdam trok, en het meer op sterren gerichte theater van de huidige Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel en Het Zuidelijk Toneel onder Matthijs Rümke.

 Hobby

Verder dan dat ging het echter niet. ‘Opteren voor een rol in het vrije circuit was uitgesloten. Daar werd niet eens over gesproken. Daar was ook geen tijd en energie voor. Die had je allemaal nodig om te proberen te formuleren wat je allemaal belangrijk vond in het leven en waar je allemaal graag je energie in wilt steken als kunstenaar. Het kunstenaarschap was toen ook nog heel legitiem. Mensen die vroeger tegen me zeiden: “leuk dat je van je hobby je werk kunt maken”, zeggen nu tegen me: “Nu wordt het tijd om eens echt werk te gaan zoeken”.

Als je in Arnhem de acteursopleiding volgde, was het gebruikelijk om je eigen lijn te blijven volgen. In dienst gaan bij een groot gezelschap was niet eens zo gebruikelijk. Maar met Veerle van overloop die zich aansloot bij het Noord Nederlands Toneel, en Jacob Derwig die – naast ’t Barre Land – ook werkte met Alize Zandwijk en Carver, was het ook geen misdaad: Nanette Edens kon aan de slag bij het Theater van het Oosten, de voorganger van het huidige Oostpool: ‘Ik wilde best wel graag bij een gezelschap. Ik heb me op de toneelschool en later ook altijd een “acteurs-acteur” gevoeld. Iemand die zich dienstbaar kan opstellen aan een team en die het prettig vindt om met regisseurs te werken. Ik was heel erg blij om door Leonard Frank gevraagd te worden. Toen ik later Frans Strijards leerde kennen, ging er helemaal een wereld voor me open. Ik dacht met terugwerkende kracht: wat had ik die graag al op de toneelschool gehad. Als ik op de toneelschool al met hem te maken zou hebben gehad dan zou ik misschien wel bij Art&Pro terecht zijn gekomen. Maar ja. In die tijd werd Art&Pro ook ontbonden. Al die acteurs verdwenen.’

Verantwoordelijk

Makers en gezelschappen in moeilijkheden, het lijkt wel of Nanette Edens er een speciale neus voor heeft. Toen ze begon bij het Theater van het Oosten lag dat gezelschap onder vuur. Artistiek leider Leonard Frank had een moeizame relatie met de pers en de regionale politiek, en dat leidde uiteindelijk tot een gedwongen vertrek, na 8 jaar vechten tegen de bierkaai. Het waren dus zware tijden voor de man die met Toneelgroep Baal theatergeschiedenis schreef en Nederland kennis liet maken met het werk van Judith Herzberg en Thomas Bernhard. Edens: ‘Ik heb Leonard Frank zeker ook op zijn best meegemaakt. Hij had het niet makkelijk in Arnhem, maar eigenlijk toen duidelijk werd dat hij weg zou gaan heeft hij een paar van zijn beste stukken afgeleverd. Dat was bij Een Golem en Van de brug af gezien. Die voorstellingen kon hij helemaal maken zoals hij dat zelf wilde. Het was jammer dat hij toen weg moest.’

Zelf moest Edens ook weer op zoek. Ze kon terecht bij Het Zuidelijk Toneel, dat na een roerige periode onder Johan Simons en Paul Koek nu voortging onder leiding van Matthijs Rümke. Het waren lang niet altijd de makkelijkste producties waarin ze stond. Sterker nog: vooral de pers pakte het nieuwe gezelschap hard aan: ‘Dat lang niet altijd leuk, maar ik heb er ook veel geleerd. Belangrijkste is dat je op zeker moment steeds minder geraakt wordt door wat men ervan vindt. Op het moment dat je kwaliteit blijft leveren, kom je vanzelf wel weer bovendrijven. Ik ben daardoor goed gaan onderscheiden wat belangrijk is in dit vak. Ik vind het belangrijker om verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit en voor het team waarmee je werkt, dan dat ik me druk maak omdat mensen zeggen dat ik dat meisje ben dat steeds bij de verkeerde clubs zit.’

Ze kan er smakelijk om lachen: ‘Dat glijdt langs me heen.’

Opgeven

Laconiek is ze er niet over: ‘Ik geef niet zo snel op. Zeker als ik enthousiast ben over het materiaal dat ik in handen heb. In de voorstelling Coma met Frans Strijards stond ik met zulke mooie mensen op toneel! Ik weigerde me omver te laten blazen door al het politieke gedoe rond die Theatercompagnie en de mislukte fusie met Art&Pro. Ik wilde me richten op wat we het publiek konden vertellen. En ik heb geleerd dat ik niet in de schoenen van regisseurs wil staan die ook nog als artistiek leider moeten scoren. Ik heb vaak gedacht: “Blijf staan achter wat je doet! Want wat moet ik anders wel niet denken. Ik ben toch ook loyaal aan jou? Wees dan loyaal aan dat wat je wilt maken.” Dat heb ik ook weleens gezegd.’

Volgens Edens werd daar dan dankbaar op gereageerd: ‘Want voor de rest kregen ze alleen maar shit over zich heen: “Je bent badinerend bezig, je behandelt me raar, je werk deugt niet, wat zuip je veel.” Daar mag ook weleens wat anders tegenover staan. Zeker als je er getuige van bent hoe iemand wordt afgebroken.’

En mocht Nanette Edens dan al als een rots in de branding overeind blijven in producties waar alles mis leek te gaan, de monologen die ze samen Olivier Provily (4.48 psychose) en Frans Strijards (Hé Jij daar) maakte, behoren tot de hoogtepunten van zowel die makers als van haar. Bij het werken aan zo’n monoloog is er een andere sfeer, vertelt ze: ‘De regisseur kan zich nergens achter verschuilen. Bij grote ensembles geven ze bijvoorbeeld nogal eens notes in het algemeen, omdat ze niet in discussie willen met een enkele acteur ten overstaan van de hele groep. Als je met zijn tweeën bent, kun je je daar niet achter verschuilen. Dan weet je als acteur ook veel beter waar je aan toe bent. Of het dan werkt heeft te maken met de chemie tussen acteur en de regisseur. De regisseur staat evengoed in dienst van de tekst en van het concept. Dat concept ontwikkel je samen.’

Na Peer Gynt staat Nanette Edens op straat, omdat Het Zuidelijk Toneel geen acteurs meer in vaste dienst wil hebben. ‘Ik ga weer freelancen. Dat geeft me best wel een vrij gevoel. Ik zie het als een stap verder in mijn zelfstandige carrière. Het is vertrouwd terrein, want ik heb tot 2008 gefreelancet. Ik wil me nu meer gaan richten op film en televisie.’

Meisjesachtig

Heeft ze nog een boodschap mee te geven aan het toneel?

‘Wat mij opvalt op het toneel, is dat er zoveel meisjesachtige vrouwen rondlopen. De vrouwenrollen worden over het algemeen supervrouwelijk bezet. Als een actrice een keer geen make-up op heeft, dan zegt dat meteen iets over haar. Dan is ze een heks of seksueel onaantrekkelijk. Het lijkt wel of een vrouw geen clown mag zijn. Terwijl mannen veel makkelijker een clown kunnen zijn. Als een man zich aankleedt als een vrouw dan is dat heel aandoenlijk of grappig, maar als een vrouw zich als een man kleedt, dan is het vrijwel altijd een feministe, een manwijf.’

‘Ik vind dat een vrouw op het toneel veel meer moet zijn. De meeste toneelstukken worden geschreven door mannen. De meeste regisseurs zijn mannen. De hoofdrollen zijn vaak mannen. Het is een mannenwereld. De hoofdrollen voor vrouwen die er zijn worden vaak ook vanuit mannelijk perspectief geregisseerd. Je ziet alleen de buitenkant van een vrouw, terwijl in actrices veel meer zit. Ook zij hebben een mannelijke kant, een onveilige kant. Ik ben er op uit om een mens op het toneel te zetten. Als ik al een vrouw op toneel moet zetten vanuit een mannelijk perspectief, dan doe ik dat met een soort afstand.’

(Foto: Jerome de Lint)

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up