instagram

Aus Greidanus: ‘Het aardige van de klassieke mythologie is, dat die niet besmet is door de actualiteit.’

Herakles is de derde marathon in de cyclus die Toneelrgroep De Appel maakt over de Griekse mythologie. Na de eerdere theatermarathons Tantalus en Odysseus gaat het nu over de mythische held die in zijn halfgoddelijke leven meer deed dan alleen de twaalf werken waar de meeste mensen met een klassieke opleiding hem van kennen.

Negen losse stukken, verdeeld over netto een dikke vijf uur toneel, verpakt in een marathon die de mensen zo’n elf uur in het Appeltheater aan de Scheveningse Duinstraat op de stoel zal zetten. Herakles is een groot werk, maar Aus Greidanus, regisseur en schrijver van de nieuwe marathonvoorstelling van De Appel heeft er vertrouwen in:

“Dit is als Rambo 3, dus we moeten wel weer komen met iets dat niet eerder is vertoond. Iets dat iets fundamenteel nieuws toevoegt aan de basale kwaliteit. Die basale kwaliteit is natuurlijk dat we de kans grijpen om het hele verhaal te vertellen.”

Hoe zit dat dan? Kennen we het hele verhaal niet? Volgens de artistiek leider van het tweede gezelschap van Den Haag wordt dat verhaal nooit verteld:

“Van Herakles kennen niet veel meer dan de beroemde tekst van Molière: Alkmene, die gaat over de verwekking van Herakles. Het stuk ‘Vrouwen van Trachis’ van Sophocles gaat over de dood van Herakles en er is ook nog een stuk De Waanzin van Herakles, over zijn jeugd, dat zelden wordt gespeeld. En natuurlijk zijn er opera’s, maar het is fantastisch om als maker, en ook als toeschouwer, een keer die hele cyclus mee te maken. Dat is de magie van de mythe, en die staat daarmee zelfs boven Shakespeare: iedereen, ook iemand die nooit naar theater gaat, heeft toch van Herakles en zijn twaalf werken gehoord. Dat hij ook een rol speelde in de verovering van Het Gulden Vlies, dat hij Theseus hielp, en Medea, is allemaal nauwelijks bekend. Nu kunnen we verbanden leggen.”

Verbanden, ja, maar is dit niet theater dat heel erg gericht is op een bepaald, klassiek opgeleid publiek?

“Nee, eigenlijk niet. Ook als je helemaal niets weet, kan je het hele verhaal volgen. In die zin is het verhaal van Herakles veel archaïscher dan modern theater. Het is eenvoudige mythologie: er was eens een koning en die ging met zijn vrouw naar bed, en vijf pagina’s verder… Het is bijna Dick Bruna…, blijkt dat het zijn moeder is. Als je dan een aantal eeuwen verder komt, bij Shakespeare, dan is het veel gecompliceerder. In feite hebben die Grieken een hele simpele verhaallijn waar ingegaan wordt op hele basale vragen. Menselijk vragen: waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe, en eigenlijk: wat is de zin? Waarom wordt je beloond, en waarom word je gestraft?”

Dat klinkt bijbels.

“Het aardige van de klassieke mythologie is, dat die niet besmet is door de actualiteit. Als je bijvoorbeeld het Oude Testament zou bewerken voor toneel zou dat besmet zijn, omdat het daar om een nog levende godsdienst gaat. Bij de mythe kun je volledig vanuit je fantasie naar die inhoud kijken.”

Maar waarom zou je teruggrijpen op de Grieken? Wat kun je daar nog mee zeggen over vandaag?

“Het stuk behandelt de thema’s van vandaag. Het theater bestaat bij de gratie van het niet-kloppende. In een documentaire zou je heel diep kunnen ingaan op de feitelijkheden, maar de kracht van het theater is natuurlijk altijd om via een verhaal, via een niet-kloppende werkelijkheid iets over de werkelijkheid te kunnen zeggen. Dit stuk gaat over vandaag. Over macht, over machtsmisbruik, over overmoed, over wetten en regels. Wie straft je voor overtredingen als je oppermachtig bent? In onze maatschappij word je een enkele keer daarvoor gestraft. Als je te ver gaat en een meisje in en hotelkamer te grazen neemt, dan kan dat gevolgen hebben. Maar de heersende overtuiging is dat machtige mensen als IMF-baas Dominique Strauss Kahn over het algemeen wegkomen met dat soort gedrag, en daar worden we kwaad van. In de Griekse mythe volgt er altijd onherroepelijk een afrekening. De goden zelf zijn bijna nog menselijker dan de mensen. Zij vertegenwoordigen echter de echte machthebbers, die, zoals Zeus, overal mee wegkomen. Ik ben niet een regisseur die dat letterlijk vertaalt naar het heden. Ik maak dat ook niet in kostuums of in video’s zichtbaar. Inhoudelijk ga ik ervan uit dat iedereen dat onmiddellijk herkent. Ik laat de vertaalslag over aan de zaal.”

Hoe voorkom je dat mensen zich gaan vervelen wanneer je ze 11 uur lang tegen hetzelfde decor laat aankijken?

“Dat is het grote gevecht. De troeven die je in handen hebt zijn A: de verhaallijn. Ik heb in heel veel Shakespeares gespeeld en de kracht van Shakespeare is dat hij een enorm ingedikte en gelaagde taal in zich herbergt, net als Tsjechov. Maar wij kunnen nu dus een keer het hele verhaal vertellen, dus zonder onderdelen over te moeten slaan. B: als je negen stukken speelt, kun je heel erg gebruik maken van verschillende speelstijlen. Je zult ook wel moeten. Er is een stuk dat bijna Racine-achtig is, er is opera, er is een stuk dat bijna Dario Fo-achtig is. We keren dus terug naar de acteur en zijn verhaal. Dan kun je er wel twintig uur van maken.”

Sterker nog: er is nu een trend van marathons. Het lijkt bijna een garantie voor succes om een marathon te spelen.

“Niet de marathon, maar wel de uitzonderlijke ervaring. Het is niet voor niets dat men in onze wereld steeds meer gaat zoeken naar een uitzonderingspositie in het aanbod. Die ene kermisattractie die nog tien keer zo hoog of tien keer zo gevaarlijk is, die valt op. Naarmate dat extremer is, is er geen concurrentie. Als ik hier een Tsjechov zou doen, dan heb je concurrentie van anderen die ook heel goed Tsjechovs doen, en van alle Tsjechovs die al heel goed zijn gedaan. Onze producties, zeker zoals wij ze doen, kennen in heel Europa hun gelijke niet.”

Om te maken is een marathon een flinke investering, maar als-t-ie eenmaal staat kun je hem jaren doorspelen. Zo zou je misschien een dikke middelvinger op kunnen steken naar de jongens in Den Haag, om ze te vertellen waar ze met die subsidie van hun heen kunnen. Heb je die neiging wel eens?

“De hele vrije productiemarkt opereert zo, inderdaad. Musicals draaien zolang er publiek is. De vraag is of een gesubsidieerd gezelschap daarvoor gesubsidieerd wordt. Het antwoord luidt: ‘ja en nee’. Er komt een kanteling. Je kunt je afvragen of een gezelschap nog verplicht moet worden om een bepaald aantal stukken te spelen. Maar je moet ook iets doen aan het abonnementensysteem, zodat je niet jaren van te voren meer je repertoire hoeft in te vullen. Voorwaarde is dat je een vast ensemble hebt en de vrije verkoop zelf in handen kunt nemen.”

Maar met jullie vriendengemeenschap kunnen jullie toch makkelijk zelf overeind blijven? Je laat ze gewoon iets meer betalen. In VVD en PVV-kringen klinkt die roep.

Dat is een discussie die ik heel gezond vind, maar ik plaats er ook kanttekeningen bij. De houding bevalt me niet. Ik vind dat een overheid verantwoordelijk mag zijn voor het gegeven dat er kunst is. Als je dat zou afrekenen op efficiency of bereik, dan kun je veel wegdoen. Maar wat je dan overhoudt is weinig waard. Die neiging is er wel, nu er noodgedwongen zo rigoureus wordt bezuinigd. Alleen de beste en succesvolste groepen blijven behouden. Het midden vliegt eruit. Op korte termijn zal dat best voor een opleving zorgen, maar op lange termijn levert dat heel veel schade op.”

Hoe schat je de overlevingskansen van De Appel in?

“Artistiek kunnen we niet meer bieden dan we bieden. Dus louter op grond daarvan kun je zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Aan de andere kant is er gekozen voor een aantal gezelschappen met een totaalopdracht. In Den Haag is dat het Nationale Toneel, en dat is goed. Maar als De Appel ben je dan een tweede gezelschap. Zo’n tweede gezelschap overleeft politiek en artistiek alleen maar als het zo’n uitzonderlijk andere bijdrage levert, dat je het niet meer kunt missen.”

Welke koers gaat De Appel nu varen om uniek te blijven?

“We hebben een paar jaar geleden Tuin van Holland gemaakt. Dat was een soort Parade van voorstellingen op verschillende plekken in ons gebouw, die allemaal iets behandelden van de vraag of de Nederlander nou bestond of niet. Die structuur zullen we de komende vier jaar extreem uitbreiden, Ik ga dus niet zeggen dat we nooit meer een Shakespeare doen, maar wel dat áls we een Shakespeare doen, dat gekoppeld zal worden aan een veel breder boeket dat thematisch op schrijver, inhoud, of land, daarmee verbonden is. We willen hier in Den Haag ook debatteren, en jonge makers bij ons werk betrekken. We willen hier één ruimte creëren waar alles in gespeeld wordt. We maken een programma dat per maand wisselt. Ik wil dan ook met het Residentie Orkest kunnen samenwerken. Dat kan dan. Je kunt immers wel een project van 8 dagen met zo’n orkest opzetten, maar geen tournee van drie maanden. Zo wil ik steeds korte samenwerkingsverbanden aan kunnen gaan rond dat centrale thema.”

Dat klinkt attractief. Een ideeënkermis?

“Ik wil best een attractie zijn, maar ik wil geen entertainment worden.”

Geplaatst in TM van februari 2012

 

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up
Waarmee kan ik je helpen?
Holler Box