instagram

Monteverdi meets Radiohead

Willems zingt Monteverdi en Hollandia is terug (stiekem)

Er bestaat kunst. Kunst als in: een gebeurtenis waarbij je in een avond alles beleeft wat je eigenlijk niet voor mogelijk hield. Als in: muziek die je optilt, alle hoeken van de kamer laat zien, door elkaar schudt, op een wolkje wiegt en vervolgens weer met een plof op je stoel terugzet. Als een rijker mens. Ik heb het ook over Jeroen Willems, de zanger die beter kan acteren dan alle zangers van de wereld bij elkaar, de acteur die kan zingen met hartveroverende losheid, maar die even makkelijk met een enkele blik je hart verscheurt. En we moeten het het hebben over een vrouw met een metalen cello. Frances-Marie Uitti.

Ooit.

We zouden haast vergeten dat dit allemaal genoemd moet worden in een verhaal over Paul Koeks De Veenfabriek en de woeste kookkunst van Amaro. Deze kok is de laatste jaren vooral bekend van De Parade, maar trekt de wereld over om geheel in lijn met de slow-traditie olijven te plukken in Spanje en in de Camargue hetzelfde NatriumChloride te oogsten wat ook in het Noordzeewater zit. Gewoon omdat het kan. En omdat hij dat wil.

Lange tafels staan in Scheltema, het Leidse restaurant dat voor de helft ook van De Veenfabriek is. Het is het domein van Paul Koek, Touki Delphine en Track. Slagwerk, theater en nieuwe muziek van pop tot gewaagd experimenteel. Langs de lange wand de veldkeuken van Amaro en de hele bliksemse slagwerk-, sampler- en zingende gasbuis-bende voor het programma dat simpel ‘Orfeo, naar Monteverdi’ heet. En dat dus zulke prachtige, humorvolle en vooral ook opzwepende bewerkingen van Monteverdi’s oeropera bevat dat de tranen van ontroering zelfs over de wangen van de meest stugge toeschouwers rollen. Monteverdi meets Radiohead, was de gedachte bij het tweede nummer, toen Jeroen Willems zijn stem van kil naar warm liet glijden en de muziek hypnotiserend begon te pulseren. Zelden zo’n zindering in een zaal gevoeld.

Natuurlijk hielp de goede wijn die per fles over de tafels werd uitgeschonken daar aan mee, maar er was meer aan de hand. Want wie zaten er allemaal in de zaal? Johan Simons. Elsie de Brauw. Betty Schuurman. Paul Slangen. Dat is, samen met Paul Koek, die jongen van ietsenvijftig achter de rechter batterij, de hele harde kern van Hollandia. Het revolutionaire theatergezelschap dat in de jaren tachtig en negentig locatietheater tot norm verhief, grootse voorstellingen op de bizarste plekken maakte en dat na een opportunistische zoektocht naar geld in 2003 uiteenspatte in Eindhoven. De Europese ambities van Johan Simons strookten niet langer met de huiselijke experimenteerdrift van Paul Koek. Koek keerde terug naar Roelofarendsveen, maar kon het niet laten internationaal door te breken. Simons veroverde via Gent de wereld.

Een eerste hernieuwde lijmpoging bij de Oresteia in 2006 liep stuk, maar inmiddels werken de twee duivelskunstenaars dus weer samen. Er komt een Kasimir en Karoline, die deze zomer de hoofdact wordt van het Festival d’Avignon, maar die na een Nederlandse tour eerst in het Frans in Griekenland gaat draaien, omdat de Fransen zeker willen weten dat het klopt, voor ze de Cour d’Honneur van het Pauselijk Paleis op mogen. In München, waar Simons in 2010 intendant wordt van het megagezelschap Münchner Kammerspiele, komt Paul Koek ook een paar keer meewerken. Omdat het kan, en omdat het goed is.

Ze willen de goden niet tarten. Je mag het eigenlijk niet zo noemen en de Lennon&McCartney van het Europese theater zullen vast nog wel eens heftig botsen, maar theaterliefhebbers kunnen de toekomst met vertrouwen tegemoet zien: Hollandia is terug. En hoe.

Bijgewoond: Orfeo naar Monteverdi door De Veenfabriek met Jeroen Willems, Track en
André Amaro op 14 februari 2009 in Scheltema, Leiden.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

1 reactie

Reageren kan niet

Scroll Up