instagram

Porgy Franssen over prijzen







'Je hoeft alleen maar je talent in te zetten'

vz67_woolfhoek.jpgHij staat al 31 jaar op de planken,
werd een enkele keer genomineerd voor de hoofdprijs, maar kreeg die
nooit. Als George stond hij in 'Wie is er bang voor Virginia
Woolf', de voorstelling die bekroond werd met de Toneel
Publieksprijs 2007. Voor het septembernummer van TM interviewde ik hem, over zijn carrière en de – toen nog – nominatie voor de Publieksprijs

Albee's Who's Afraid of Virginia Woolf
wordt enorm vaak gespeeld. Nu is daar op zich niets mis mee: iedere
generatie mag er opnieuw mee kennis maken. Maar is er een versie te
bedenken die het definitieve antwoord geeft op de vraag hoe dit stuk
gespeeld dient te worden? Volgens Porgy Franssen, die meespeelde in
de voorstelling die nu is genomineerd voor de Toneel Publieks Prijs
is dat deze versie: ,,Ik heb Virginia Woolf in het verleden vaak
gezien, maar nooit langer dan tot de pauze. Niet één
keer. Zelfs de film heb ik niet uitgekeken. Ik vind het een oubollig
stuk dat sterk gedateerd is en niet meer gespeeld kan worden zoals
Albee het bedoeld heeft. Te veel teksten, te lang, je denkt al snel:
nou weet ik het wel. Regisseur GerardJan Rijnders heeft er een
ongekende vaart ingebracht, de pauze eruit gehaald, hier en daar een
beetje tekst geschrapt en hij heeft ons veel door elkaar laten
praten. Kijk, dat schiet lekker op. Wij willen ook naar huis,
niewaar? En al had ik gewild, ik kon tijdens de pauze niet naar huis,
want a) als acteur kun je moeilijk weglopen als je het zelf speelt en
b) er zat geen pauze in. Maar nogmaals: ja, dit was de ultieme
versie. Ik heb het met liefde bijna negentig maal gespeeld.”

Rare recensie

Één recensent, en wel
ondergetekende, vond de voorstelling opmerkelijk. Mijn idee, dat de
George in de opvatting van Porgy Franssen en GerardJan Rijnders veel
meer dan in andere versies op de homo-erotische toer ging, verbaasde
de spelers: ,,Ik wist niet wat ik las en ik was er ook ontzet over
omdat die onzin in alle regionale kranten zou komen te staan, wat dus
ook gebeurd is. Je hebt het vast goed bedoeld allemaal, maar waar je
het godsnaam allemaal vandaan haalde! Ja, ik benaderde Nick af en toe
behoorlijk fysiek, maar dat is als hetero tegen een andere hetero,
wat het juist zo naar maakt. Niet dat George helemaal niets
vrouwelijks in zich heeft – hij zou zelfs over mannen kunnen
fantaseren, weet ik veel! – maar hij is een echte hetero. Je bent
volgens mij ook de enige op de hele wereld die dat erin gezien heeft.
Zelfs de lieden van de gay-krant konden het er met de beste wil van
de wereld niet uithalen.”

Waarvan akte. Kinky of niet, de rol
staat wel als een huis. Het maakt Franssen gelukkig: ,,Je
merkt dat echt goed geschreven klassieke rollen je alles geven. je
hoeft alleen maar je talent in te zetten. Dat is een typische
ervaring. Van slecht geschreven rollen kun je heel ongelukkig
worden.” En een goede regisseur helpt daar natuurlijk aan mee:
,,GerardJan is intelligent, weet van de hoed en de rand, laat je in
je waarde, is vooral erg wijs en enorm zichzelf. Hij je alle ruimte,
stuurt bijna onzichtbaar bij, zit met z'n snufferd eigenlijk meer in
de originele taal dan naar het toneel te kijken. Hij raakt niet in
paniek, is het tegengestelde van hysterisch, blijft altijd rustig,
althans aan de buitenkant en valt niemand lastig met onnodige zaken.
Hij blijft maar bijsturen en laat uiteindelijk z'n kindje los zoals
het hoort. En hij heeft de goeie mensen om zich heen. Wat wil je nog
meer. Ja, nog 'n keer!”

Strijards

Franssen is nu
iets meer dan dertig jaar het toneel. Hij begon zijn loopbaan in 1976
in vaste dienst bij Toneelgroep Theater in Arnhem, maar koos in het
begin van de jaren tachtig voor een onzeker bestaan als freelancer.
Hij was te zien in rollen bij inmiddels alweer bijna vergeten
gezelschappen als Persona, en was een vaste gast in voorstellingen
van Frans Strijards bij diens gezelschap Art&Pro. Nu is vooral te
zien bij groepen als Orkater en in de wat kleinere vrije producties.
Wat trekt de acteur zo aan in juist dat kleinere, 'tweede' circuit?
Volgens Franssen zit het in de familie: ,,Mijn vader, die arts was en
nu dood, durfde tijdens zijn pauze op de GG&GD in Eindhoven nooit
bij de andere artsen te zitten. Hij voelde zich het meest op gemak
bij 'gewone' mensen – en meestal hadden die niet gestudeerd. Hij was
erg populair. Een goeie arts, vooral omdat ie zichzelf was. Liever
niet aan de top. Is dat ook het tweede circuit? Voor mij geldt wel
zoiets. Bij veel gesubsidieerde gezelschappen ben je een inzetbaar
acteur. Verder kan je maar beter je smoel houden. Er zijn krachten
buiten je die veel belangrijker zijn dan jij. Aan het begin van mijn
carriere bij Theater in Arnhem leerde ik dat soort gezelschappen
kennen. Toen ik na zes jaar ging freelancen vond ik dat een enorme
verademing. Ik was blij dat ik er weg was, al kan ik niet ontkennen
dat het een geweldige leerschool is geweest; vooral het kleine
zalencircuit dat toen 'ontdekt' werd in de grote schouwburgen was een
omgeving waarin ik me goed ontwikkelde. Die tijd heb ik echt nodig
gehad.”

,,Frans Strijards
is een hoofdstuk apart. Hij maakte belangwekkend theater op het
hoogste niveau. Ongelooflijk zoals die man naar beneden gedonderd is
zonder dat hij opgevangen is. Dit heeft hij niet verdiend.”

Cyrano

Met een dermate stevig verleden in het
kleine zalencircuit was het toch nog opmerkelijk om Porgy Franssen in
een productie te zien van de toen nog vrijwel onbekende regisseur
Tarkan Köroglu. Zijn titelrol in dieens versie van Cyrano
leverde Franssen bovendien een nominatie op de voor de Louis d'Or.
Dan moet Köroglu wel een goed regisseur zijn. Franssen heeft
goede herinneringen aan het werken met Köroglu, al plaatst hjij
wel enkele kanttekeningen: ,,Door zijn taalachterstand moet hij een
stuk enorm goed bestuderen. Dat is een groot voordeel. Hij weet wat
hij wil en waar hij het over heeft. Hij ziet steeds interessante
uitgangspunten. Hij blijft je daarmee verbazen en dat is natuurlijk
erg inspirerend. Hij moet alleen leren minder op je huid te zitten,
de acteurs meer te vertrouwen zodat ze zelf naar hun kracht
toegroeien. Je kan niet de hele dag op iemands huid zitten, dat is
irritant. Maar verder geen kwaad woord over hem. Hij moet de taal
beter leren beheersen, heeft echt nog een weg te gaan, maar als
regisseur is ie in potentie eigenlijk al heel volwassen. Ik hoop dat
hij in de gelegenheid zal blijven door te mogen gaan. Hij is een hele
goeie.”

Louis

En ondertussen is de echte hoofdprijs
nog steeds aan Franssen voorbij gegaan. Dat zint hem maar slecht,
erkent hij, al is de nominatie voor de publieksprijs natuurlijk niet
onbelangrijk: ,,Ik vind deze rol een hoogtepunt
in mijn carrière. Het was heerlijk om te doen en de reacties
van de mensen waren echt verbluffend. Het is net of ik via mijn
monologen 'Novecento' en 'Zijde' hier naartoe gewerkt heb. Reken
daarbij dat ik 50 geworden ben en je had pas echt een reden voor een
nominatie! Die had ik eerlijk gezegd ook verwacht. Ik ben daarover
wel een beetje teleurgesteld. Ik laat me wellicht kennen door dit toe
te geven, maar een prijs moet nou eenmaal op het goeie moment komen,
anders heeft ie zo weinig waarde. Ik hoop dat ik er over een paar
jaar anders over denk, maar voor mij hoeft die Louis d'or niet meer.”

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

2 reactie
  1. Waar of hoe is Monique te bereiken. We hebben samen op school gezeten.

Reageren kan niet

Scroll Up