instagram

Toeschouwers aan het woord (4): ‘Je mag er van alles van vinden, maar je blijft wel zitten’

Philip Beerendonk en Mariet Bolluijt zijn de droom van iedere theatermarketeer. De frisse vijftigers gaan minstens 15 keer per jaar naar het theater, en dan maakt het niet uit of dat in de Nes ligt, Bellevue heet of de Stadsschouwburg is. Philip en Mariet behoren tot de twee procent van de Nederlanders die volgens het CBS vaker dan 1x per kwartaal naar het theater gaan. (verschenen in een serie interviews met toeschouwers in het vakblad TM van 2013)

Philip en Mariet zijn al dertig jaar samen en hebben twee kinderen. Philip is psychotherapeut en Mariet is werkzaam als manager communicatie & marketing in de zorg en als bestuurslid (vrijwilliger) bij de Voedselbank van Amsterdam. Ze groeiden op in de omgeving van Breda, maar wonen sinds 1985 in Amsterdam. Sinds die tijd zijn ze vaste bezoekers van de Amsterdamse theaters. Al is er een periode geweest dat ze minder gingen: de kinderen moesten worden opgevoed. Nu die richting volwassenheid gaan, hebben ze hun oude gewoonte weer opgepakt en fietsen ze minstens twee keer per maand van hun woning in de Watergraafsmeer naar één van de vele theaterzalen die de hoofdstad rijk is.

Geen van beiden hebben ze veel herinneringen aan een culturele opvoeding, erkennen ze.

Mariet: ‘Ik ging in die tijd naar de film, maar niet naar theater.’

Philip: ‘En naar popconcerten.’

Waarom ging je vroeger niet naar theater?

Philip: ‘Ik kom niet uit een milieu waarin er naar theater werd gegaan. Ik ben geloof ik met mijn ouders één keer naar Toon Hermans geweest. Dat was het.’

Mariet: ‘Bij mij zat het er ook niet in. Je ging naar muziek, dat was veel meer voor de hand liggend. Naar Neerlands Hoop ging ik wel in die tijd. Maar ‘serieuze voorstellingen’ deden we niet.’

 Met school?

Mariet: ‘Met school gingen we natuurlijk wel naar toneel. Naar Shakespeare in de stadsschouwburg.’

Philip: ‘Dat waren een beetje verplichte nummers. Niet dat ik nou als 16, 17-jarige dacht dat ik dat later zelf ook zou gaan doen. Ik weet wel dat ik als 16-jarige met vrienden naar Herman van Veen ging. Maar dat was meer muziek. Ik vond dat wel bijzonder. Maar dat ik niet naar theater ging, had ook met onbekendheid te maken. Je wist niet waar je naar toe moest, wat belangrijk was.’

Mariet: ‘Er was in Breda één Stadsschouwburg en dat staat vrij ver van je af als je 18 bent.’

 Toen kwamen jullie naar Amsterdam. Gingen jullie gelijk het theater in?

Mariet: ‘Niet gelijk. We gingen eerst veel naar de film.’

Philip: ‘Maar ook wel naar het theater.’

 Wat trekt jullie naar theater?

Mariet: ‘We willen graag samen dingen doen.’

Philip: ‘Een avondje uit.’

Mariet: ‘Maar ook om nieuwe dingen mee te maken, Zoals je een nieuw boek leest, zo ga je naar een nieuw theaterstuk en kijk je op een nieuwe manier naar het leven.’

 Waar gingen jullie het eerst heen?

Mariet: ‘Art&Pro stond wel hoop bij ons. In de Nes. We gingen vooral in de Nes kijken.’

Philip: ‘Bellevue ook.’

Mariet: ‘Misschien ook omdat het steeds meer een onderwerp werd in onze omgeving. Je leest erover in kranten, je hoort ervan in je omgeving. Je gaat werken en studeren.’

Philip: ‘Voor ons was de Boulevard of Broken Dreams ook wel eens soort begin. De voorloper van De Parade. Dan kwam je al een beetje met theater in aanraking.’

De Nes en Bellevue: dat is een beetje het alternatieve circuit. Gingen jullie niet naar de Stadsschouwburg?

Philip: ‘In het begin gingen we daar ook wel eens heen. Philip Glass was een van de eerste keren dat we daar kwamen. Dat was Civil Wars met Brian Wilson. Nee, niet Brian Wilson, maar die andere Wilson. (hij lacht) Dit komt er natuurlijk allemaal in.’

Mariet: ‘Die andere Wilson.’

Philip: ‘Muziektheater dus vooral. We hebben ook in een huis gewoond waar een van de huisgenoten violist was in het Nederlands Filharmonisch Orkest, dus kwamen we ook wel eens in het Muziektheater. Ze had dan vrijkaartjes voor ons.’

Hoe kozen jullie toen de voorstellingen uit?

Philip: ‘Volgens mij lazen wij toen heel trouw de Uitkrant, als die er al was. Dat gaf richting.’

Mariet: ‘Recensies, televisie.’

Philip: ‘En op zeker moment krijg je ook wel ervaring en weet je beter wat je kunt verwachten. Je gaat bepaalde groepen volgen.’

 Zoals?

Philip: ‘Art&Pro, bijvoorbeeld.’

Mariet: ‘En in de stadsschouwburg. Toen heette het nog niet Toneelgroep Amsterdam, maar hoe wel?’

Philip: ‘Dat gaat hij niet zeggen.’

Mariet: ‘Dat volgden we wel. Met hoe heet hij?’

Philip: ‘Gerardjan Rijnders.’

 Kochten jullie de kaartjes lang van te voren?

Mariet: ‘In die tijd kochten we ze een paar dagen van tevoren als we het aangekondigd zagen. Nu doen we dat heel trouw wel: lang van tevoren inkopen.’

 Jullie hebben een abonnement?

Philip: ‘Geen abonnement,. Maar we stellen zelf een pakket samen.’

Mariet: ‘We bedenken alles zelf, maar we komen wel voor een heel seizoen de kaartjes in. Dat doen we de laatste zes jaar.’

Philip: ‘Sinds de kinderen wat ouder zijn.’

 Daarvóór gingen jullie niet?

Philip: ‘Heel weinig. Je moet oppas regelen.’

Mariet: ‘En op het moment dat je het leest is het alweer voorbij, of moet je het met je werk regelen. Toen de kinderen ouder werden wilden we weer graag naar het theater. Dat zijn we goed gaan plannen. Dus nu kopen we van tevoren in.’

Philip: ‘Toen de kinderen klein waren gingen we drie, vier keer per jaar naar het theater.’

Mariet: ‘Nu zeker 15 keer.’

 Dan zijn jullie heavy users. Gaan jullie naar één theater, of kopen jullie voor meer theaters?

Philip: ‘Eigenlijk alles wel: Bellevue, Frascati, Stadsschouwburg, Compagnietheater.’

Mariet: ‘We zien altijd wel iets van Orkater, altijd wel iets van Toneelgroep Amsterdam, altijd wel iets van het Ro.’

 Hoe kies je dat dan?

Mariet: ‘Soms een beetje op acteurs, soms een beetje op het verhaal, soms een beetje op recensies.’

Philip: ‘Aan het eind van het seizoen krijgen we de gidsen voor het nieuwe seizoen binnen, en dat is ook een soort Uitgids.’

Mariet: ‘Omdat we regelmatig komen krijgen wij vóór het uitkomen van de gids al en link met een overzicht van wat er allemaal komt. Dat is eind mei, begin juni. En je kiest natuurlijk ook op basis van wat je al hebt gezien. Die Van de Bogaard bijvoorbeeld.’

Philip: ‘Bogaert en van der Schoot.’

Mariet: ‘Bogaert en van der Schoot. De eerste voorstelling die we van hun hebben gezien was heel indrukwekkend, dus gingen we ook uitkijken naar de volgende. Dat geldt ook voor Orkater en Hotel Modern. En we proberen een paar klassiekers te zien van Toneelgroep Amsterdam.’

 Gaan jullie naar Toneelgroep Amsterdam alleen voor de klassiekers?

Philip: ‘Niet alleen, maar ook. Dan heb je toch wat van Shakespeare en wat Grieks drama, maar ook wat van de hedendaagse stukken die ze doen. Maar dan kijken we ook naar welke acteurs er mee doen.’

 De keuze maak je helemaal in juni?

Mariet: ‘De grootste keuze is dan gemaakt. En dan is er ook nog een Theaterfestival in september waar een soort reprises in zitten. Dan lezen we de recensies, en dan proberen we daar nog wel heen te gaan. Dat kopen we dan nog even bij.’

 Hebben jullie een bepaald budget?

Philip: ‘Nee, we willen regelmatig gaan, maar niet drie keer in de week.’

Mariet: ‘We gaan twee keer in de maand naar het theater, ongeveer. Soms gaan we vier keer in een maand en soms maar één keer.’

[Tweet “‘Soms moeten we wel even slikken van het bedrag, maar meestal komt het wel uit.'”]

 Vijftien keer naar het theater. Dat is best een hoop geld.

Mariet: ‘Ja. Het vakantiegeld komt in mei, en dan maken we een keuze.’

Philip: ‘Soms moeten we wel even slikken van het bedrag, maar meestal komt het wel uit.’

Mariet: ‘We hebben de laatste jaren iets minder gedaan, vroeger was het twintig, nu 15, want het is toch wel een hoop geld.’

Philip: (lacht) ‘Stomme crisis.’

Mariet: ‘Het is toch een smak geld in één keer. Maar er zijn mensen die heel vaak uit eten gaan en er zijn mensen die andere dingen met hun geld doen.’

Philip: ‘Ik heb ook geen idee of het nu extreem veel is, dat wij naar het theater gaan. Ik weet niet wat het gemiddelde is. Dat weet jij kennelijk beter. Maar wij voelen ons geen ‘heavy users’.’

 En dan gaan jullie ook nog naar de bioscoop?

Philip: We gaan een of twee keer per maand naar de film, en ik ga ook nog regelmatig naar jazzconcerten.’

Mariet: ‘Philip is muziekliefhebber.’

Philip: ‘Dus ik ga veel naar het Bimhuis en dat soort dingen. Dat doe ik met vrienden.’

 Wie is doorslaggevend bij de keuze van theatervoorstellingen?

Philip: ‘Ik denk dat Mariet doorslaggevend is.’

Mariet: ‘Ik bekijk het eerst de gids en maak een keuze. Dan zeg ik dat tegen Philip van “wil je even kijken?”. Dan kruist hij aan wat hij nog extra wil.’

Philip: ‘We hebben grotendeels dezelfde smaak, dus als we elk apart iets aankruisen blijkt meestal wel dat we het over het meeste eens zijn. Het gebeurt ook wel dat ik dan iets muziekachtiger dingen leuk vind. Die bestellen we dan wel, maar dan neem ik iemand anders mee. We bestellen ook wel eens voor cabaret en dan gaan de kinderen mee. Die vinden dat wel weer wat leuker. Alex Klaasen bijvoorbeeld.’

 Nemen jullie de kinderen ook mee naar echt theater?

Philip: ‘Heel weinig. Die vinden dat allemaal elitair. Maar een enkele keer, als een van ons plotseling niet kan, dan nemen we soms wel een van de kinderen mee.’

 Heb je nog het idee om ze met theater op te voeden?

Philip: ‘Nee. Ik vind dat niet zo belangrijk. Ik ben er zelf ook niet mee opgevoed. Ze moeten daar hun eigen weg in vinden. We bieden dat wel een beetje aan, maar ik vind niet dat ze dat moeten zien.’

Mariet: ‘Ik zou het leuk vinden als ze ook wat met theater zouden hebben, maar ik kan me ook voorstellen dat het zoiets wordt als wat wij hebben: dat het pas later komt. Of het komt niet, ook goed’

Philip: ‘We roepen niet dat ze Romeo en Julia moeten hebben gezien.’

Mariet: ‘Ze gaan veel meer naar festivals.’

Philip: ‘Dat is hun manier van uitgaan.’

 Zijn jullie het weleens oneens over een voorstelling?

Philip: ‘Na afloop? Ja, dat gebeurt wel een enkele keer.’

Mariet: ‘In de stadsschouwburg een tijd terug. Maar ik weet niet meer welke voorstelling het was.’

 Waar ga je voor naar het theater. Wat verwacht je ervan?

Mariet: ‘Voor mij is het heel verschillend. Bijvoorbeeld dat boek van Coetzee in de Stadsschouwburg met Gijs Scholten van Aschat: In Ongenade. Prachtige voorstelling. Daarom ga ik: het is een aangrijpend verhaal en prachtig verbeeld. Maar die voorstelling van die dames, Bimbo, die vond ik heel moedig en vernieuwend.’

Philip: ‘De ene keer is het het verhaal, de andere keer juist wat ze ermee doen.’

Mariet: ‘De Verleiders bijvoorbeeld. Dat was weer heel wat anders. Dat was heel humoristisch en leuk om te zien hoe zij dat verbeeldden. Het is altijd zo verschillend.’

Philip: ‘Iets wat ik altijd wel wil is meegenomen worden in het verhaal. Ik wil wel vergeten dat ik naar een stuk zit te kijken. Je moet erin opgaan.’

Mariet: ‘Ja. En als je weet: In Ongenade is een goed boek en Gijs Scholten van Aschat is een goed acteur, dan heb je al genoeg om een keuze te maken. De Verleiders: daar zit Bokma in, dus dan ga je wel kijken.’

Philip: ‘Als je naar Alex van Warmerdam gaat dan weet je ongeveer wel wat er gaat komen. Ik ben daar een erg grote fan van. Het is iedere keer weer anders, maar toch.

 Lees je veel recensies en waar?

Philip: ‘We lezen de Volkskrant en op zaterdag Het Parool.’

Mariet: (lacht) ‘En we lezen de Theaterkrant, ik volg dat via twitter.

En volg je nog speciale recensenten?

Mariet: ‘Ik let er wel op. Ik volg Hein Janssen heel erg. Philip let daar minder op.’

Philip: ‘Ik lees ze wel, maar ik kijk niet zo erg van wie het schrijft. Dat heb ik bij muziekrecensies meer.’

 Heb je nog voorkeuren?

Mariet: ‘Nee. Ik vind Hein Janssen soms wel leuk schrijven, en hij had laatst een column over dat recensenten wel wat kritischer mogen zijn. Hem volg ik. Maar verder geen uitgesproken voorkeur. Ik lees het.’

 Het bepaalt niet je keuze wanneer een recensent iets schrijft?

Mariet: ‘Nee. Ik hecht er wel waarde aan, wat ze schrijven. Laatst hadden we kaarten besteld voorn iets waar dan hele slechte recensies over kwamen, en dan denk je wel: het zal mij benieuwen. Dat gebeurt.’

Philip: ‘Soms is het heel terecht, en soms denk je: nou.’

 Je levert je kaarten niet in, naar aanleiding van slechte recensies?

Philip: ‘Nee. We leveren ze hoogstens in als het vanwege dingen met werk of gezondheid op het laatste moment niet kan. Bij de schouwbrug krijg je dan een tegoedbon.’

Mariet: ‘Maar het is dus niet zo dat we onze kaarten inleveren als Hein het een slecht stuk vond.’

Philip: ‘Zo belangrijk is hij niet.’

Ga je verder nog op zoek naar informatie op internet?

Philip: ‘Nee. Het is wat ik tegenkom, maar ik ga niet actief op zoek. Wat ik wel prettig vind aan de Theaterkrant is dat je daar ook een overzicht van recensies uit andere media kunt zien. Dat is wel prettig. Maar ik doe dat maar heel weinig.’

 Lopen jullie weleens weg tijdens een voorstelling?

Philip: ‘Nooit.’

Mariet: ‘Ja een keer ben jij in de pauze naar huis gegaan.’

Philip: ‘Toen was ik ziek. En ik vond het helemaal niks, dus toen ben ik naar huis en naar bed gegaan.’

Mariet: ‘We waren bij de Parade laatst en daar was toen een voorstelling met Bram van der Vlugt en Nettie Blanken, en daar liepen zelfs op de Parade tijdens de voorstelling mensen bij weg. Dat was een voorstelling van Ionesco. Ik vond het zo ontzettend oubollig, maar zelfs dan blijven wij nog zitten.’

Philip: ‘Ik vind het wel een vorm van beleefdheid. Je mag er van alles van vinden, maar je blijft wel zitten.’

 Praat je weleens op je werk over je theateravonturen?

Mariet: ‘Ja.’

Philip: ‘Ik iets minder. Ik heb niet veel collega’s die heel vaak naar het theater gaan.’

Mariet: ‘Ik heb wel collega’s die dat doen, en natuurlijk vrienden.’

 Gaan jullie ook wel eens naar theater buiten Amsterdam?

Philip: ‘Nooit.’

Mariet: (lacht) ‘Wonen daar mensen dan?’

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up