instagram

Geen hart voor cultuur

Vanaf mijn huis in Utrecht is het 12 kilometer fietsen. Voorbij het stadshart van bruisend De Meern. De CultuurCampus,

het nieuwe dynamische culturele hart van de Utrechtse meganieuwbouwwijk Leidsche Rijn ligt in Harmelen, dichterbij Woerden dan bij het centrum van Utrecht. Planologen hebben hun vertrouwen gesteld in de ‘historiserende’ bouwstijl van Vleuterweide en hebben een vestingstad uit de grond gestampt met een echte burcht. In die burcht moet het gaan bruisen. Dankzij La Place, ingehuurd voor de noodzakelijke horeca. Om het ’s nachts niet helemaal doods te laten zijn in de wijk waar verder iedereen woont en niemand kan werken, is er een school omheen gebouwd met hanghoekjes. En fietsparkeervoorzieningen.

Het is opnieuw bewezen: planologen en beleidsmakers weten niets, maar dan ook helemaal niets van cultuur. Het dure theater in de cultuurcampus zal slechts de bewoners van de omliggende buurt bedienen. Dat zijn allemaal startende gezinnen, drukke tweeverdieners zonder energie of oppasgeld om doordeweeks uit te gaan. In het weekend doet men dat wel. In Amsterdam of het even ver weg gelegen Utrecht.

Ik had ze nog zo gewaarschuwd. Zeven jaar geleden. Er was een studiedag van de gemeente en het toen nog redelijk groene Utrechts Centrum voor de Kunsten over wat we nu met kunsteducatie en cultuurcentra in de nieuwe wijk Leidsche Rijn zouden moeten aanvangen. Ik was gevraagd als een van de deskundigen. Als scepticus ook, omdat ik toen al tegen het ‘plannen’ van cultuur was.

Maar ja.

Utrecht bouwde een stad voor 120.000 nieuwe inwoners, en die zouden allemaal rijk&gelukkig worden in Leidsche Rijn, en daar zou vanzelf een nieuw iets met van allerlei leuks ontstaan. Met een theater en een cultuureducatief centrum. Want dat moest natuurlijk ook.

Cultuur.

Om de denkers op de studiedag aan den lijve te laten ondervinden waar dat soort denken toe kan leiden, ging ik niet naar de bijeenkomst op het Domplein, maar nodigde ik een delegatie uit om naar mijn woonwijk te komen. Lunetten, een nieuwbouwideaal uit de tijd dat snelwegen door bosgebieden net een beetje uit de mode waren geraakt. Ik vroeg ze niet naar De Musketon, het mulifunctionele culturele, fitness, bieb, en klaverjascentrum annex theatertje, naast het gezondheidscentrum in het winkelcentrum van mijn 19.000 inwoners tellende wijk, maar naar datgene wat zorgt voor de inbedding van cultuur in een leefomgeving: de horeca.

Ik hoopte dat de aanblik van café annex snackbar De Luie Lackei hen op de juiste gedachte zou brengen. Dit, voor de stamgasten uitstekend functionerende kroegje in het winkelcentrum is immers de enige horeca in de wijk vol bewoners die vooral buiten de wijk en zelfs buiten de stad Utrecht werken en studeren. Als deze mensen al uitgaan, doen ze dat ook buiten de wijk, in het centrum van Utrecht, waar wonen, werken, uitgaan en cultuur al eeuwen geheel natuurlijk samenkomen.

Waar horeca floreert, bloeit de cultuur, maar horeca floreert alleen op een plek waar meer te beleven is dan een klaverjasclub op donderdagavond.

In Lunetten floreert de horeca niet. Het ooit door idealistische planologen geplande hart van Lunetten is er nooit gekomen. De Luie Lackei is vooral een hangout voor depressieve lokalo’s en De Musketon is een moeizaam in stand gehouden gebouw dat draait op bejaarde vrijwilligers. Een paar keer per jaar organiseren die een cabaret-try-out en treedt het jongerentheaterclubje op. En is het hart van de opruimactie LuNetjes.
Van die dingen.

Cultuur heeft humus nodig. Oude grond, vruchtbaar geworden doordat er dingen gestorven zijn en ontgonnen door gekken met een visie. Cultuurmanager Fred van der Hilst vertelde het me ooit in Rotterdam, toen daar de Schouwburg en Lantaren/Venster weer eens in de clinch lagen. Het was 1983. De wederopbouw van het centrum begon af te raken en iedereen wilde kunst en cultuur de stad in plannen. Dat ging moeizaam en Van der Hilst zei: ,,Er komt pas cultuur als al die grote gebouwen aan en rond de Westblaak van hun eerste gebruikers verlost zijn en afgeschreven raken. Dan komen en bunkers en hoekjes waarin kunstenaars hun gang kunnen en willen gaan.

Dat moet je laten gebeuren.

Hij heeft gelijk gekregen, 20 jaar na die uitspraak werd de Witte de Withstraat uitgeroepen tot het culturele hart van hip Rotterdam. Dat is dus de straat àchter de betonkolossen waar hij het over had.

Voordat met het centrum van Vleuterweide zoiets zal gebeuren zijn we een eeuw of twee verder.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up