instagram

De Goede Dood – Wallis



Leven overtreft theater in De Goede
Dood{mosimage}

DeGoedeDoodfotoPiek.jpgLeiden (GPD) _ We hebben er een
veelbelovend toneelschrijver bij. Wannie de Wijn kon al heel goed
acteren, en dat hij een inspirerend regisseur is wisten we ook.
Eerder regisseerde hij Will van Kralingen en Peter Tuinman in een
vlotte relatiekomedie. Nu maakt hij een grote stap. Hij regisseert
allereerst een groter ensemble, met ook nog Huub Stapel daarin.
Belangrijker nog: hij regisseert ook nog eens een door hemzelf
geschreven tekst.

De Goede Dood, Wannie de Wijns debuut
als toneelschrijver, is een opmerkelijk stuk. Het borduurt voort op
Annie M.G. Schmidts ‘Er valt een traan op de tompoes’ uit 1979, en
ook in toon sluit deze voorstelling over euthanasie daarop aan. Was
Annie MG Schmidt destijds revolutionair omdat ze het thema euthanasie
überhaupt aansneed, Wannie de Wijn verlegt een grens door zo’n
euthanasie ook soort van live te laten zien. Het is weer eens wat
anders dan het amechtig zuchtende sterven in een klassieke
Shakespeare, dit gedoe met slangetjes en spuitjes.

De voorstelling beschrijft de laatste
avond van Bernard Keller, die om krek negen uur de volgende ochtend
wegens terminale longkanker de pijp aan Maarten gaat geven. Zijn twee
broers, zijn geliefde, zijn dochter en de arts die ook huisvriend is,
begeleiden zijn laatste ademtochten. Schrijver Wannie de Wijn
schrijft de goed bij elkaar gekozen personages alle pijnlijkheden
voor die horen bij zo’n beladen avond. Natuurlijk drinken de
toekomstige overlevers de dure whisky leeg voordat de stervende zelf
heeft kunnen proeven van deze fles die hij bewaarde voor een
bijzondere gelegenheid. Ook zijn er die bekentenissen die zinvol
leken, maar die in het licht van de eeuwigheid iedere betekenis
verliezen. En je gaat nostalgische liedjes zingen. Allemaal waar.
Iedereen die iets soortgelijks meemaakte kent de beelden en zal ze
nooit meer vergeten.

Met deze treffende details weet
regisseur Wannie de Wijn zijn acteurs tot veel integer spelplezier en
een paar mooie en zelfs indrukwekkende scènes te verleiden.
Tenslotte is het een soort van komedie, al komt het Requiem van
Mozart ook langs en daar kan niemand het droog bij houden. Er werd
hoe dan ook veel gesnotterd bij de première in Leiden.

Maar is het ook een echt goed stuk? Het
antwoord is: nét niet. Wannie de Wijn toont zich wel een groot
talent. Hij is alleen nog geen schrijver van het internationale
kaliber van Rob de Graaf of Peer Wittenbols. De Goede Dood zou
namelijk pas echt een goed stuk zijn als er op die laatste avond een
echt groot drama verzwegen zou worden. Een drama dat alle personages
verbindt op een manier die het publiek op het puntje van de stoel
houdt. Nu suggereert De Wijn dat slechts, maar dat is te dun om het
stuk een grotere spanning mee te geven dan alleen die van de
aangekondigde dood van Bernard. Erger is dat de personages eilandjes
blijven ondanks het sterke ensemblespel van de acteurs.

Het einde is bijna een live gespeelde
documentaire. Indrukwekkend tot en met, de rillingen lopen je over de
rug en het gevoel voor detail is treffend tot de laatste seconde,
maar dat heeft dus met theater niet zo heel veel meer te maken. Dan
is het gewoon het echte leven. Of de echte dood.

De Goede Dood, met o.a. Will van
Kralingen, Huub Stapel en Peter Tuinman. Gezien: 23 januari in Leiden
(première). Tournee t/m 18 mei. Inlichtingen:
www.impresariaatwallis.nl

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up