instagram

Oom Toon – Swarte/KVS







Waar gebeurd {mosimage}

oomtoon.jpgEen bezoek aan Brussel kan niet zonder
een nostalgisch kijkje in Brasserie/Café
de l'Opera
naast de Muntschouwburg. En tot voor kort kon het ook
niet zonder daar een steak tartare te eten, omdat ik de eerste keer
dat ik in Brussel in Café de l'Opera was, in 1991, daar ook
een steak tartare gegeten heb. Toen was dat op aanraden van Bert
André, de Vlaamse prachtacteur die ik toen op tournee
chauffeerde, en die het nu zo moeilijk
heeft. De steak tartare was goddelijk, en de obers hadden toen al van
die zenders om de bestelling door te geven. In 1991 was Brussel zijn
tijd ver vooruit.

Hoewel: destijds was de steak tartare
nog een echte
steak tartare
: dwz: rauw gehakte biefstuk, een los ei en wat
verder garnituur, zelf op je bord door elkaar te husselen. Dat was
voor de komst van Lady Salmonella, dus de steak tartare model 2007
van zaterdag was al gehusseld met iets verantwoord eierigs. Helaas
dit keer waarschijnlijk wel inclusief Salmonella, want zondag heb ik
de gehele dag doorgebracht op het porcelein.

 

brussel.jpgOf het de steak tartare was, of de
köfte van een paar uur later in het Turkse restaurantje vlak bij
de KVS in Brussel zullen we nooit weten, natuurlijk. Feit blijft dat
Brussel mij sindsdien nog wat minder weet te bekoren dan het voorheen
al deed. Tourist-trap met een overschot aan kitsch, want kitsch is
kitsch, of die nu wel of niet uit 1600 stamt. En alle mimespelers in
zilveren pakjes moeten op een bootje gezet worden naar mimeland.
Hier staan ze namelijk verschrikkelijk in de weg.

Aan de KVS ligt dat overigens niet. De
Koninklijke Vlaamse Schouwburg aan de Lakensestraat is verbouwd, en
naast het te kleine gebouw (De Bol) in de bijna gewezen
achterstandswijk
is zelfs een geheel nieuw theater (De Box)
verrezen, dat sommige aanwezigen, afgelopen zaterdag, sterk deed
denken aan de Haarlemse Toneelschuur. Nu was dat niet zo vreemd, want
Toneelschuurarchitect Joost Swarte was zaterdag prominent aanwezig.
En dat kwam weer omdat zijn broer Rieks er een eerste groots
internationaal project ten doop hield.

En daarvoor waren we gekomen: 'Oom
Toon: waar gebeurd'
is het nieuwste ding van
theaterspullenbaas Rieks Swarte
, die we allemaal kennen van zijn
theaterversie van 'Ja zuster, nee zuster'.

Oom Toon gaat over Rieks' eigen
voorvaderen, en dat blijkt een verhaal te zijn dat uitstekend past
bij een voorstelling van een door en door Haarlemse kunstenaar in het
door en door Belgische Brussel.

De Oom Toon van Rieks Swarte is
namelijk niemand minder dan de in Antwerpen geboren zwager van zijn
eigen Vlaamse opa Jos die later in Haarlem musiceerde en recenseerde,
en die Oom Toon is dus in Vlaanderen bekend als Anton van de Velde,
de grote volksschrijver.

Volksschrijver moeten we dan wel anders
interpreteren als bij Gerard Reve. Anton van de Velde was namelijk
een beetje fout voor de oorlog, net zoals Rieks' opa Jos een beetje
te katholiek was voor de oorlog. Foute Toon en Gelovige Jos schreven
brieven, en Rieks Swarte wijdt zijn voorstelling aan een poging om
het verleden te reconstrueren met behulp van die brieven.

Dat eerste deel, waarin Anton van de
Velde tijdens de eerste en in de aanloop van de tweede wereldoorlog
toneelschrijver probeert te zijn en ondertussen steeds Flaminganter
wordt, levert prachtig toneel op, licht van toon gebracht door de
KVS-acteurs. In het tweede deel, waarvoor we van het toneel van De
Bol verhuizen naar de (comfortabele) tribune van De Box zien we een
typsiche Rieks Swarte reconstructie van Anton van de Veldes enige
succesvolle toneelstuk: Tijl Uilenspiegel. Nu blijkt dat stuk dus
verschrikkelijk racistisch te zijn: Waalse criminelen spannen samen
met een wandelende jood die later een amerikaanse nachtclubeigenaar
blijkt te zijn tegen de eeuwige held en underdog Tijl Uilenspiegel
die de taak heeft om de Vlaamse eer te redden en een zuiver Vlaamse
staat te vestigen. Het grote voorbeeld, kortom, van Flip de Winter en
Geert Wilders.

Swarte maakt een prachtige
reconstructie van het stuk zoals het er in 1926 in de enscenering van
de expressionist Johan de Meester uit moet hebben gezien. Natuurlijk
overdreven amateuristisch gebracht, wat de lol alleen maar verhoogt.

Het laatste deel van de voorstelling,
waarvoor we weer allemaal de straat oversteken om in De Bol te gaan
zitten, valt tegen. De oorlogsjaren zijn donkere jaren. Anton van de
Velde lijkt wel erg blij met de Nazi-ideologie, maar kriijgt weinig
voet aan de grond. Opa Jos verdwijnt langzaam aan uit beeld.

Dat de voorstelling hier verstild en
somber wordt mag misschien kloppen met de tijd waar hij over handelt,
het is wel een domper op de avond. De voorstelling gaat als een
nachtkaars uit. En dat terwijl Rieks' eigen verhaal, wat hij in de
persmap bij de voorstelling heeft opgeschreven, zo spannend is. Want
Opa Jos schijnt ook niet helemaal zuiver te zijn geweest in de
oorlog. Hij kreeg althans na de oorlog een speelverbod opgelegd, en
dat krijg je niet zomaar. En waar Opa Jos veranderde in een bittere,
norse tiran, ontwikkelt Anton van de Velde zich tot schrijver van de
kinderboeken en streekromans die hem in Vlaanderen zo geliefd
maakten.

Niets van dat alles dus in de
voorstelling. Alsof Swarte de waarheid niet wilde tonen, of alsof
hij niet meer wist wat hij wel en niet kon vertellen nu zijn eigen
moeder nog in de zaal zat. Er was slechts een veel te lang
filmfragment van een zoekende camera. Vage beelden van de Haarlemse
werkkamer van Opa Jos. zonder enige duiding, maar met pianomuziek die
nu opeens een beetje op de zenuwen ging werken.

Het leverde in ieder geval genoeg
gesprekstof
op voor de 1 uur en drie kwartier thuisreis. Waar het porcelein
lonkte.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up