instagram

Laatste Nachtmerrie – Van Dolron

De overtuigende twijfel van Laura van Dolron

George Bush overwint in 'Laatste Nachtmerrie'

Haar ster rijst snel. 'Standup Filosofe' Laura van Dolron maakt voorstellingen op de rand van cabaret, politieke satire en persoonlijk bekentenistoneel. In mei werd ze bekroond met de prestigieuze Charlotte Köhlerprijs voor nieuw talent. Ze werkte met aanstormende performers als Lizzy Timmers en staat nu zelf in de hoofdrol van een zelfgeschreven stuk: Laatste Nachtmerrie.


Amsterdam (GPD) _ ,,Als ik grappig moet zijn, ben ik nergens. Ik verzien wel eens dingen, en kan soms een kwartier 'freestylen', maar de kern is altijd bittere ernst. Iets kan grappig werken, maar dat beschouw ik toch vooral als toeval.” Volgens Laura van Dolron (30) is humor iets waar je niet teveel over moet nadenken. Desondanks is ze er goed in. Bij haar voorstellingen, vaak nog in de kleine exclusieve zaaltjes van de kunstzinniger theaters, klinkt opvallend vaak geschater van verraste toeschouwers. Inhoudelijk en qua vorm verschilt wat Van Dolron doet namelijk nauwelijks van het soort voorstellingen dat een ster als Sanne Wallis de Vries maakt, of zelfs zou willen maken: sterke inhoud met mooie, soms wat schrijnende humor. Moet Van Dolron dus niet gewoon ook in Carré staan?
,,Ik heb daar wel eens over gedacht”, vertelt ze, vlak voor de première van haar nieuwste stuk, 'Laatste Nachtmerrie'. ,,Maar ik zou echt totaal niet kunnen overleven in die wereld. Ik vind humor zoiets bijzonders, dat wil ik niet af moeten dwingen. Voor mij is dat hetzelfde als met vrijen. Daar ga je ook niet technisch over praten. Het is heel mooi, het gebeurt.”
Toch kent ze de verlokkingen van het grote succes: ,,Het leuke van cabaret is natuurlijk wel dat je een hele duidelijke code hebt met je publiek: het moet grappig zijn. Met die code kun je weer gaan spelen. In de vlakke vloer-scène, de sector van de kleine, kunstzinnige theaters, is er geen code. Je kunt een uur gaan staan zwijgen op één been, je kunt eieren naar het publiek gooien, je kunt echt alles met het publiek doen. Dat is leuk, maar daardoor heb je ook minder een relatie met je publiek waar je aan kunt gaan morrelen. Ik moet nu dus eerst een code met ze afspreken, en dan er pas aan gaan morrelen. Dat doe ik nu ook: ik begin heel serieus en intellectueel, en als iedereen op die stand staat, kom ik opeens met een flauw grapje. Dat werkt dan onmiddellijk. Maar ik moet dat niet van tevoren bedenken. Ik moet er gewoon van uitgaan dat wat ik doe niet grappig is. Anders kan ik niet omgaan met de druk van die lach.”


Van Dolrons grote voorbeeld is de Amerikaanse standup comedian Bill Hicks: ,,Die kijkt 20 uur per dag CNN, dus hij is enorm goed op de hoogte van wat er in de wereld speelt. Zijn woede is altijd groter dan zijn drang om te scoren. Dat is bij veel cabaretiers vaak andersom. Die doen vaak alsof ze boos zijn, om er dan een grap over te kunnen maken. Bill Hicks moet een grap maken omdat hij anders ten onder gaat aan zijn woede. Ik probeer zoiets nu ook. Je kunt over Balkenende bijvoorbeeld een grap maken dat hij op Harry Potter lijkt, maar daarmee maak je de werkelijkheid eigenlijk kleiner dan die is. Het is gelijk ongevaarlijk. Je toont hem als een sukkel, terwijl het natuurlijk wel een man is die macht over je heeft. Bill Hicks doet in zo'n geval dus het tegenovergestelde: hij heeft een act over Britney Spears, waarin hij haar niet afschildert als een mislukt tieneridool, maar waarin hij haar tot de bron van alle kwaad, een verschrikkelijke duivel maakt. Dat doet hij zo overtuigend, dat je er moeiteloos in meegaat. Daarna kan hij zijn voorstelling afsluiten met een moraal die zó simpel en naïef is, dat je je er haast voor zou schamen. Zoiets doe ik ook: met een eenvoudige moraal eindigen terwijl je net het totale wereldleed hebt besproken: 'mensen, houd van elkaar!'. Dan krijg je ook echte ontroering.”
Die ontroering bereikt Van Dolron echter wel pas nadat ze een complete bibliotheek aan geleerden, filosofen en andere denkers heeft langs laten komen. De term 'Stand Up Philosophy' is speciaal voor haar uitgevonden: college geven met de impact van stand up comedy. Dat moeten we relatief zien, vindt Van Dolron: ,,In 'Laatste Nachtmerrie' gaat het over Leon Strauss, de uitvinder van de Neo-Conservatieve beweging in Amerika. Van die man heeft niemand gehoord dus dat geeft mij de vrijheid om van hem alles te maken wat ik wil. Dus zegt Strauss in de voorstelling tegen mij: 'Jij gebruikt mij alleen als dekmantel voor je eigen ideeën. Dat geeft niet, want ik doe hetzelfde met God.' Zo werkt het ook met Nietzsche en Plato en al die andere filosofen die ik aanhaal: ik weet niet zoveel van ze, en daarom kan ik ze ook makkelijker delen met het publiek.”
Hoe komt ze aan die liefde voor de filosofie? Van Dolron zegt dat ze de grote denkers als goede vrienden beschouwt, maar meer nog als strenge gesprekspartners. ,,Ik ben een enorme control freak, en dan is het eigenlijk wel prettig om in je hoofd met grote schrijvers te kunnen praten die toch al dood zijn. Dan houd je controle. Maar ze doen wel dienst als geweten: ze dagen mij uit om boven mezelf uit te stijgen. Mijn vrienden vinden eigenlijk alles goed wat ik doe, dus die bevestigen mij alleen maar. Die schrijvers heb ik nodig voor dat tandje méér.”
Komt ze niet ook uit een superintellectueel nest? Dat ontkent de in Rotterdam geboren Van Dolron: haar ouders zijn hele gewone mensen, die hun enorm gewenste dochter in alle vrijheid hebben laten opgroeien: ,,Ik heb het er met mijn ouders ook over gehad of het misschien komt door de anti-autoritaire opvoeding die ik heb gehad, dat ik compensatie zoek bij al die strenge filosofen: Sartre, Thoreau. Allemaal hele nare strenge mannen die ook een hekel aan vrouwen hadden.”
Dat zou een interessante conclusie zijn en misschien ook een verklaring voor het feit dat de succesvolle theatermaakster er is gekomen zonder enige vorm van theater in haar opvoeding: ,,Mijn ouders snappen hoe dan ook niet hoe ik in het theater terecht gekomen ben. Ze hebben vroeger één keer een balletstukje van mij gezien en dat verpestte ik door de hele tijd naar ze te zwaaien. Die dachten: dat wordt nooit wat. Maar dat valt mee. Al maak ik nu ook voorstellingen waarin ik nog steeds naar hen zou kunnen staan zwaaien.”
Laura van Dolron beschouwt zichzelf als progressief denkend, en weet ook dat het theaterwereldje over het algemeen bevolkt wordt door mensen die zich links in het politieke spectrum bevinden, maar ze probeert ervoor te waken om van haar voorstellingen een progressief onderonsje te maken. Daarvoor heeft ze een slim middel ingezet. ,,Ik laat mijn broer altijd naar mijn dingen kijken. Mijn broer is nogal rechts, al vindt hij het niet leuk dat ik hem zo noem. Hij is uitstekend in staat om te zien wanneer iets te hoogdravend wordt, en wanneer er linkse vooronderstellingen in mijn voorstellingen sluipen. Ik zei in een voorstelling wat negatieve dingen over winkelcentra, en dan is hij er als de kippen bij om me tegen te spreken: hij vindt winkelcentra als Hoog Catharijne het leukste wat er is. Dan verwerk ik dat soort ideeën ook gelijk. Zo voorkom ik dat het te links wordt, en zorg ik ervoor dat ik de waarheid in het midden laat liggen. Dus is in deze voorstelling George Bush ook de 'good guy', tegen de heersende mening in. Dat is de kern van mijn werk: ik zou met hetzelfde grote gebaar als waarmee mensen zeggen dat ze precies weten hoe de wereld in elkaar steekt, willen zeggen dat ik dat juist niet weet.”

Laatste Nachtmerrie door Laura van Dolron. Tot 9 juni in Theater Frascati 2, Amsterdam. Tournee t/m maart 2008. Inlichtingen: www.bureauberbee.nl

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up