instagram

Uphoff, Heytze & De Roode over Utrecht – Illuster







'Utrechters zijn de indianen van de randstad'

Al lijkt het soms of iedereen die er toe doet in Amsterdam
woont, toch hebben veel schrijvers en dichters de Domstad als
woonstad gekozen. Manon Uphoff, Ingmar Heytze en Alexis de Roode
vertellen over hun trots op Utrecht.

,,Het probleem met Utrecht is een raar
soort gebrek aan trots.” Manon Uphoff, schrijfster van inmiddels
twee zeer goed ontvangen romans en een groot aantal korte verhalen,
vertelt dat ze er regelmatig door mensen op wordt aangesproken waarom
ze in Utrecht is gebleven. ,,Ze vinden dat raar. Het is niks, zeggen
ze, maar als je dan goed zoekt, vind je onder een steen, of in een
putje, nog iets wat de moeite waard is. Je maakt je daar veel kleiner
mee dan nodig is.”

Voor Manon Uphof is het nooit een
kwestie geweest waar ze zich zou vestigen: ,,Het is dankzij internet
niet meer noodzakelijk om naar Amsterdam te gaan, om uitgevers tegen
te komen en collega's te ontmoeten. Ten eerste slibben die steden
steeds meer tegen elkaar aan. Tussen Utrecht en Amsterdam is nog net
plek voor één koe.”

Ingmar Heyzte, de dichter wiens
reisangst ervoor zorgde dat hij lange tijd niet eens de Utrechtse
gemeentegrens haalde, moet er nog steeds niet aan denken om in de
Amsterdamse grachtengordel tussen collega's te wonen: ,,Sinister
vooruitzicht. Heb je een kater. Kom je bij de bakker, staat Michaël
Zeeman daar. Dan word je wel heel onaangenaam wakker.”

Nee, dan Utrecht. Daar leeft iedereen
op zichzelf, vertelt Uphoff: ,,Het is juist zo fijn dat er hier in
Utrecht heel veel schrijvers wonen, en dat ik ze nooit tegenkom. Neem
Ingmar en mij: we wonen een paar honderd meter van elkaar en we komen
elkaar nooit tegen!” Sterker nog: ,,Het heeft tien jaar geduurd
voordat in de Twijnstraat de groenteboer een teken van herkenning
gaf, terwijl ik elke dag in zijn winkel sta.”

Heytze gaat nog wat verder: ,,Het is
een trots volk, die Utrechters. Het zijn eigenlijk de indianen van de
Randstad. Utrecht is geen hartelijke stad, maar als je eenmaal binnen
bent ben je ook wel echt binnen.”

Rails

,,Ik zie Utrecht eigenlijk als een stuk
rails”, vertelt Uphoff: ,,Een mogelijkheid om me te vervoeren.
Utrecht is één groot station. Alles stroomt langs en
door elkaar, vertrekt, komt binnen en gaat weer of blijft hangen.”

Alexis de Roode groeide op in Nijmegen
en kwam eind jaren tachtig naar Utrecht om geografie te studeren.
Inmiddels is de Nederlandse kampioen 'poetry slam' inwoner van het
centrum van Utrecht: ,,Ik heb die binding met Utrecht niet zo. Voor
mij is Utrecht echt de Dom. Die naald van Cleopatra, die kosmische
naald vind ik echt heel bijzonder.”

Specifieke plekken noemen de drie
schrijvers zelden bij naam in hun werk.

Heytze: ,,Gedichten gaan altijd over
een jongen die het moeilijk heeft, en die loopt dan toevallig over de
Nieuwe Gracht.” Alexis de Roode heeft een gedicht waarin de Dom een
hoofdrol speelt: ,,Maar dan vooral omdat het zo'n enorm fallussymbool
is. En die enorme harde klokken. Dat gedicht gaat over seks. Of
eigenlijk: geen seks.”

In de verhalen en romans van Manon
Uphoff zijn veel autobiografische elementen te herkennen: haar vroege
jeugd in Lombok inspireerde haar bijvoorbeeld tot haar laatste roman
Koudvuur. Toch zal ze de straten en pleinen daar nooit precies
benoemen: ,,Dat komt misschien omdat ik eigenlijk heel hebberig ben.
Ik wil die plek van mij houden. Ik wil er de macht over hebben. Ik
wil niet dat zo'n plek mij pakt, omdat iedereen die kent. Als ik het
niet benoem, blijft het van mij.”

Mafia

Ooit was Theatercafé de Bastaard
een plek: het roemruchte onderkomen van de 'Utrecht Mafia':
Utrechtse schrijvers die er trots op waren dat ze niet in Amsterdam
zaten. Heytze genoot ervan: ,,Dat kwam door Ronald Giphart en Jack
Nouws. Die hebben dat een beetje gehyped. Het kwam mij wel goed uit,
want het was fijn om een echt schrijverscafé om de hoek te
hebben. De Bastaard was de eerste leuke kroeg op weg naar de stad. Ik
was toen groot fan van Giphart, en dan wist je dat hij daar zat met
Jerry Goossens en Jack Nouws.”

Uphoff: ,,Voordat je het wist was er
een beweging. Ik was zegge en schrijve één keer in De
Bastaard geweest omdat Ronald daar optrad. Een week later wordt ik
gebeld om iets te vertellen over de Utrecht Mafia waar ik bij zou
horen en die elke dag in De Bastaard zat. Dat klopte zo ontzettend
niet.”

Heytze constateert dat er in de
tussentijd veel ten goede is veranderd: ,,Het theater is 'booming',
en vlak de popmuziek niet uit. Polarex, Gem, Spinvis. Dat komt
allemaal doordat er hier in Utrecht een platenlabel zit: Excelsior.
Dat trekt heel veel mensen aan. Zoiets was er tien jaar geleden ook
aan de hand in literair Utrecht. De inmiddels failliete uitgeverij
Kwadraat was als enige Utrechtse uitgeverij heel actief met feesten
en borrels en het tijdschrift Vrijstaat Austerlitz.”

Bal

Zulke dingen blijken belangrijk.
Belangrijker, menen ze alle drie, dan de universitaire studie die ze
genoten. Manon Uphof voelde zich zelfs tegengewerkt als student
literatuurwetenschap: ,,Het allereerste gedicht waarmee ik ook echt
naar buiten wilde, was een 'erotisch agressief' gedicht. Dat liet ik
aan mijn hoogleraar Mieke Bal lezen. Zij was 'not amused'. Dat beviel
haar niet, die toon van mij. Dat heeft mij echt wel een tijdje van
het dichten afgehouden.”

Een gedicht voorleggen aan een docent
is iets wat Algemene Letteren-student Ingmar Heytze nooit gedaan
heeft. ,,De mensen van Letterkunde zeiden al in het eerste college:
je moet niet denken dat je met deze studie schrijver kunt worden.
Terwijl iedereen daar niets anders dan schrijver wilde worden.”

Hoewel de opmerkingen van haar vroegere
hoogleraar haar nog vers in het geheugen staan, kan ze inmiddels wel
relativeren. Ze lacht om haar eigen overdrijving: ,,Trots op de
universiteit? Alleen maar rancune en wrok! Maar rancune is wel een
hele goede motor.”

Ingmar Heytze moet nog vaak denken aan
een stagebegeleider die hem vertelde dat hij niet kon schrijven:
,,Daar denk ik nog altijd aan, als ik mijn naam ergens onder een stuk
zie staan.”

Minotaurus

Alexis de Roode besloot pas na zijn
studie geologie om zich aan het dichten te wijden. Hij kan wel een
voordeel aan zijn academische graad zien: ,,Je leert enorm
relativeren. De geologie denkt in termen van miljoenen jaren. Dat
geeft je wel een andere blik op de werkelijkheid.”

Daar zijn ze het allemaal over eens.
Manon Uphoff kan dat mede dankzij haar klassieke scholing mooi
samenvatten: ,,Ik vind het heel prettig om het gewicht van de
geschiedenis te voelen. Dat relativeert, maar het geeft ook je belang
aan. Je bent een lullig draadje dat uit een enorme lijn voortkomt.
Maar dat is wel een draadje dat ertoe doet. De geschiedenis zie ik
dan als iets dat onlosmakelijk met je verbonden is. Je bent je eigen
minotaurus, opgesloten in het eindeloze doolhof van de geschiedenis.”

[Wijbrand Schaap]

Kader:

Manon Uphoff (1962) debuteerde
in 1995 met de verhalenbundel Begeerte, die werd genomineerd
voor de AKO Literatuurprijs. Haar eerste roman Gemis werd in
1997 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Haar novelle De
vanger
werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2003. In
oktober 2005 verscheen Koudvuur.

Mooiste plek in Utrecht:
Brigittenstraat om tien uur 's avonds. ,,Omdat ik daar waanzinnig
verliefd ben geweest. Ik klom altijd via het raam naar binnen op
nummer drie. Mijn geliefde woonde daar, als vluchteling.”

Alexis de Roode (1972)
debuteerde in 2005 met de dichtbundel Geef mij een wonder, die in
2006 werd genomineerd voor de C. Buddinghprijs. In het najaar
verschijnt een nieuwe bundel.

Mooiste plek in Utrecht: Bovenop de
Dom. ,,Dat voelt als een brandpunt van de geschedenis.”

Ingmar Heytze (1970) publiceerde
zijn eerste dichtbundel 'Alleen mijn kat applaudisseert' al in 1989.
In 1997 verscheen zijn tweede bundel: De Allesvrezer. Sindsdien
publiceerde hij talloze gedichten en columns en sinds 2000 ook proza,
waaronder Het Scooterdagboek uit 2005, waarin hij vertelt over zijn
worsteling met de reisangst die hem al vele jaren teistert.

Mooiste plek in Utrecht: DeZwaansteeg.
,,Het licht is daar fantastisch. Het Utrechtse licht bestaat echt.”

Schrijvers in Utrecht, o.a.:

Ronald Giphart

Arthur japin

Arjan Witte

Ed van Eeden

Jack Nouws

Vrouwkje Tuinman

Tjitske Jansen

Stefan Enter

Wil je hulp bij het schrijven, of gewoon een keer advies over je project? Binnenkort komen er weer workshops aan.

Schrijf je nu alvast in voor de nieuwsbrief, dan blijf je op de hoogte.

Scroll Up
Waarmee kan ik je helpen?
Holler Box