instagram

jong promoveren

De stoffige promovendus bestaat niet meer

Het is een beeld uit de boekjes. Onderbetaald, slecht gekleed en bleekjes duikt een promovendus voor jaren onder in stoffige archieven voor een onderzoek waar niemand op zit te wachten. Illuster deed navraag bij drie promovendi: promoveren is een dynamisch vak, zo blijkt.

Simone Lemeer doet onderzoek welke eiwitten een belangrijke rol spelen in de embryonale ontwikkeling. Daarvoor gebruikt ze zebravisjes

,,Mensen vragen mij wel eens, hoe is het met je visjes? Dan weten ze verder niet waar ik precies mee bezig ben, maar dan is dat van die visjes wel blijven hangen.” En die visjes, waar ze dan wel voor gebruikt worden? Simone Lemeer onderzoekt de eiwitten die de processen aansturen die belangrijk zijn in de embryonale ontwikkeling. Eiwitten zijn de belangrijkste bouwstoffen van de cel. ,,Eiwitten geven signalen aan elkaar door, dit doen ze onder andere door een soort van vlaggetje buiten te hangen. Daardoor worden deze eiwitten actief en kunnen ze processen uitvoeren, of ze worden erdoor herkend door andere eiwitten die dan weer een specifieke rol in de cel kunnen vervullen. En dat onderzoek gaat het beste met Zebravisjes, omdat zij doorzichtig zijn. Uiteindelijk geeft dit inzicht in hoe cellen met elkaar communiceren door middel van eiwitten en de veranderingen aan die eiwitten. Dat is best belangrijk, maar Simone Lemeer is er bescheiden over: ,,Ik heb nooit gedacht dat wat ik zou doen, de wereld zou gaan schokken. De echt wereldschokkende dingen zijn al honderd jaar geleden ontdekt.”

Simone Lemeer geniet van haar werk: ,,Ik zit niet de hele dag achter je computer. Ik ben ook op het lab bezig, ik moet presentaties maken, het is heel divers. We genereren heel veel data, omdat we heel veel grote apparaten hebben: massaspectrometers die de massa’s van eiwitten of stukjes eiwitten meten, dus ik ben ook in de computers gedoken.”

Maar uitleggen wat je nou precies met die visjes doet, blijft lastig: ,,Mensen zijn meestal wel geïnteresseerd, en als je er enthousiast over bent en het ook zo kunt vertellen, is dat mooi meegenomen. En dat ik er leuk over kan vertellen, komt misschien omdat ik niet zo'n heel erge bèta ben. Scheikunde was niet mijn meest voor de hand liggende keuze, maar juist daarom vond ik het wel een uitdaging. Biologie vond ik niet zo'n uitdaging, en talen, daar heb ik niet zoveel mee. Ik vind de talen wel leuk om te spreken, maar ik hoef er geen onderzoek naar te doen. Ik ben ook echt iemand die praktische dingen moet doen. Een beetje rommelen.”

,,Ik heb wel geleerd om me te verplaatsen in mensen die mijn achtergrond niet hebben. De meeste mensen hebben vanaf de vierde klas middelbare school niks meer met biologie of scheikunde gedaan. Dan moet je terug naar de basis en zo eenvoudig mogelijk uitleggen wat je doet. Anders houden mensen een idee over dat scheikunde alleen maar moeilijk is. Dat is wel zo, maar het is ook weer niet onbegrijpelijk. Het is geen hogere wiskunde.”

Is het eenzaam werk?

,,Het is mijn project, ik heb wel mensen om me heen, die me begeleiden, maar er is niemand die mijn handje vastpakt en me ergens doorheen sleept. Mijn begeleiders hebben vaak de antwoorden ook niet. Als ik nu tegen dingen aanloop is er niemand die zo 1, 2, 3 een oplossing weet. Dan moet ik het helemaal alleen oplossen. Ik kan pas blij zijn als iets helemaal af is, en met zo'n onderzoek kan dat wel eens heel lang duren voordat je iets af hebt.”

{mospagebreak}Rens Vandeberg onderzoekt de mogelijkheden voor consumentenparticipatie bij de ontwikkeling van 'nutrigenomics', voedingsproducten die niet alleen gezond zijn, maar ook nog genezend.

,,De opleiding Natuurwetenschap & Innovatiemanagement probeert heel duidelijk een brug te slaan tussen wetenschap en samenleving”, zegt Rens Vandeberg. Hij hoopt over twee jaar te promoveren op een onderzoek dat precies gaat over die brug, in dit geval tussen het laboratorium en de supermarkt. Nutrigenomics is de wetenschap die werkt aan de ontwikkeling van een nieuw type 'functional food'. ,,We kennen nu Becel Pro Activ of Danone Actimel. Dat zijn nog geen nutrigenomics, maar het zijn wel voedselproducten met een specifieke aantoonbare medische component. Die producten zijn ontwikkeld via een soort trial and error systeem. In heel uitgebreide tests werd bepaald welke stoffen wel en welke geen effect hadden. Met Nutrigenomics heb je dat soort uitgebreide onderzoeken niet nodig, waardoor het ontwikkelingsproces verkort wordt.”

En dat klinkt al gauw een beetje eng: ,,Wanneer je nu aan de mensen in de straat vraagt wat ze vinden van nutrigenomics, dan zullen ze niet enthousiast reageren. Dan denken ze direct aan biotech, aan gemodificeerde soja, dat soort dingen. Biotech was de uitvinding van de jaren negentig, en die is grotendeels mislukt omdat de gebruikers er niet aan wilden. Nu wordt het voor bedrijven dus interessant om de consumenten vroeg te betrekken bij hun onderzoek, zodat ze sneller weten of een bepaalde ontwikkeling kans van slagen heeft. Wij onderzoeken nu hoe die interactie precies verloopt.”

Rens Vandeberg begon met zijn onderzoek nadat hij eerst drie jaar in het bedrijfsleven had gewerkt. Dat was erg uitdagend, maar : ,,Er is nog zoveel te leren, dat ik toch nog een promotie-onderzoek ben gaan doen.”

Als onderzoeker heb je meer vrijheid, volgens Vandeberg: ,,Het mooie van promovendus zijn, is dat ik mijn eigen onderzoek kan doen. Er is niemand die mij vertelt hoe ik het moet doen. Ik word betaald door de overheid, niet door het bedrijfsleven, dus er is ook geen enkel risico voor belangenverstrengeling. Ik zit nu in de meest objectieve positie die ik kan hebben.”

Maar dat kan niet voorkomen dat iemand met kennis van zo'n populair vakgebied als innovatie-management, regelmatig door bedrijven wordt benaderd: ,,Toen ik een toespraak hield op het Academisch Café, kwamen er mensen naar mij toe om me te vragen of ik dat verhaal ook bij hen op het bedrijf wilde houden. Ter inspiratie voor het management daar. Dat is natuurlijk heel leuk om te doen, omdat dat in je dagelijkse praktijk als promovendus niet zo vaak voorkomt. Ik kom daar, ik vertel mijn verhaal, en die mensen zijn dagelijks bezig met innovatie, en die hebben weer zulke andere ideeën die zijn gestoeld op de dagelijkse praktijk.”

Want soms kunnen de muren wel eens op je afkomen, wanneer je aan je onderzoek werkt. Rens Vandeberg: ,,Of je eenzaam bent of niet, dat hangt van jezelf af. Ik heb een computer, ik heb een telefoon, internet. Ik kan zo een afspraak maken met een bedrijf om daar te gaan praten. Het beeld van de eenzame onderzoeker die zit te verstoffen tussen zijn boeken, dat klopt niet meer.”

{mospagebreak}Geert van Iersel deed onderzoek naar Engelse ridderverhalen uit de Middeleeuwen. Hij hoopt binnenkort te promoveren, maar is ondertussen begonnen als leraar Engelse literatuur op de Internationale school in Hilversum.

Mediëvistiek klinkt niet direct als een sappig onderwerp waarover veel te vertellen valt, maar volgens Geert van Iersel valt dat reuze mee: ,,Voor promovendi die veel archiefonderzoek doen, is het vaak helemaal niet makkelijk uit te leggen wat ze nou precies doen. Mensen kunnen zich daar slecht een voorstelling bij maken. Maar als ik vertel dat ik onderzoek doe naar Ridderverhalen, dan snappen ze dat eerder. Ze zien iets met draken en elfen, en dan vinden ze dat meteen spannend, en leuk.”

Maar draken en elfen horen toch niet bij een serieuze studie? ,,Draken spelen in de verhalen die ik onderzoek maar een hele ondergeschikte rol. Ik concentreer me op hoe de adel wordt afgeschilderd in die verhalen en probeer zo te achterhalen hoe de maatschappij in die tijd in elkaar zat.”

Van Iersel concentreert zich op een twaalftal ridderverhalen uit de Middeleeuwen. In die verhalen worden eigenschappen aan personages toegeschreven, en dragen ze attributen bij zich, die volgens Van Iersel veel informatie geven over hun onderlinge machtsverhoudingen.

Zijn interesse voor de Middeleeuwen kwam pas laat op gang: ,,Vanouds gaat mijn liefde heel erg uit naar eigenlijk alles was met taal en cultuur te maken heeft. Alles wat de mens beweegt interesseert mij, eigenlijk.”

Dus: waarom mediëvistiek? ,,Ik wilde heel graag onderzoek doen, en daarvoor moest ik een specialisatie kiezen. Ik wist nog heel weinig van de Middeleeuwen, maar wat ik over en vooral uit die periode las, maakte mij er wel benieuwd naar.”

En wat heeft de studie opgeleverd? ,,Ik zie dat er processen zijn in de middeleeuwse samenleving die gelijk zijn aan wat wij nu meemaken. Mensen klimmen op in de maatschappij, dat levert spanningen op in de samenleving, oude posities worden aangetast. In diverse verhalen zie je een discrepantie ontstaan tussen het ideaalbeeld van een adel die economisch en militair de touwtjes in handen heeft, en een nieuwe realiteit waarin andere groepen in de samenleving een steeds belangrijkere rol spelen.”

,,Overigens moet je, zeker bij onderzoek naar de Engelse adel, wel van tevoren duidelijk maken wat je onder ‘adel’ verstaat: een eenduidige, juridische definitie bestond er niet. Misschien is dat wel de grootste ontdekking: eigenlijk ligt er niets vast. Uiteindelijk is de wereld die wij beleven een constructie van onze eigen geest. Maar zonder abstracties is de chaos die het dagelijks leven is, ook niet te bevatten.”

En dat inzicht krijg je van promoveren: ,,Promoveren moet je echt voor jezelf doen. Omdat je zelf iets wilt leren of omdat je er geestelijk rijker van wilt worden. Het is ook leuk om te merken dat andere mensen enthousiast zijn over je onderzoek, maar je moet het echt voor jezelf doen.”

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up