instagram

Dirk Roofthooft

De andere kant van het zijn

De Keizer van het Verlies, het stuk waarmee Jan Fabre 10 jaar geleden een indrukwekkend portret schetste van een clown die zijn publiek veracht, heeft een tweede deel gekregen. In De Koning van het Plagiaat laat meesteracteur Dirk Roofthooft (1959) zien dat ook de omgekeerde wereld feitelijk onmogelijk is.

Een tussenweg is eigenlijk niet mogelijk: of je houdt van Jan Fabre, of je haat hem. De Vlaamse theaterkunstenaar houdt de gemoederen al bezig sinds hij begin jaren tachtig de theaterwereld opschudde met het acht uur durende antispektakel 'Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was'. De stroom van kritiek in de pers bracht de acteurs er uiteindelijk toe om tijdens de voorstelling uitsluitend nog de recensies voor te gaan lezen.

Die bizarre verhouding met de theaterpers is er nog steeds. Hij heeft zelfs geleid tot de titel van Jan Fabres nieuwste theaterstukt: De Koning van het Plagiaat. De titel is afkomstig uit het Vlaamse weekblad Humo. In dat blad werd Jan Fabre ervan beschuldigd dat hij zonder bronvermelding hele passages van zijn tekst 'De keizer van het verlies' zou hebben ontleend aan de dichter Leonard Nolens. Dirk Roofthooft, de acteur die in 1996 De Keizer van het Verlies speelde en die nu ook De Koning van het Plagiaat vertolkt, weet nog goed hoe hard deze beschuldiging aankwam: ,,Jan Fabre citeert natuurlijk altijd in zijn werk, dus de hele affaire heeft hem erg geschokt. Hij verzwijgt zijn citaten ook niet, dus die beschuldiging was onterecht. Het geval Nolens heeft de inhoud van De koning van het Plagiaat uiteindelijk enorm bepaald. Speciaal voor Humo zijn nu ook alle bronnen vermeld. En we hebben speciaal Humo bedankt voor het leveren van de titel van deel twee van deze trilogie. Nu wordt hij in ieder geval niet van plagiaat beschuldigd.”

En waar de tekst ook aan ontleend mag zijn, een groot deel van de woorden komt bij Roofthooft zelf vandaan: ,,Jan interviewt mij altijd. Maar hij leest ook alle interviews met mij die ik ooit gegeven heb, artikelen die ik interessant vind, boeken waar ik iets, of juist helemaal niets mee heb, en dan gaat hij aan de slag. Jan Fabre vindt mij een spons, een ongelooflijk absorberend type. Dat ben ik ook. Hij bewondert mij daar om, maar soms vindt hij het ook slecht dat ik zoveel absorbeer. Hij vindt het beter als ik wat meer zou vasthouden aan mijn eigen willetje, of mijn eigen denkpatronen. En als de tekst eenmaal klaar is volgt er nog ongelooflijk veel discussie, en praten we eindeloos over woordjes, over woordgebruik, couperen we dingen. Jan gaat er dus heel erg open mee om, om het uiteindelijke gezicht zo perfect mogelijk te krijgen.”

De clown die in De Keizer van het Verlies tekeer gaat tegen het publiek, dat hij tegelijk veracht en intens nodig heeft, en die in De Koning van het Plagiaat veranderd is in een engel die niets liever wil dan opgaan in de mensheid, is dus eigenlijk Dirk Roofthooft zelf. Is dat niet confronterend?

,,Ik ben blij dat Jan Fabre mij helpt om het beeld dat ik van mezelf heb, te verfijnen. 'De keizer van het Verlies' is een mooie titel, maar het zegt ook wel iets over mij. Ik ben een acteur die op heel veel vlakken niet mee wil doen met het acteur zijn. Ik zal nooit in soaps spelen of commercials doen, ook al heb ik geen werk en geen geld. Ik zal nog liever vragen om kaartjes te verkopen in De Singel. Ik kan in alle zuiverheid zeggen dat ik integerder ben tegenover mijn theater dan tegenover ieder levend wezen rondom mij. Ik voel me daar soms heel erg alleen in. Maar ik kan de lat niet lager leggen.”

Toch komen de teksten schijnbaar moeiteloos uit Roofthoofts mond: ,,Mensen zeggen: 'Ja, maar die voorstelling was natuurlijk makkelijk, want dat is helemaal op jouw lijf geschreven'. Maar dat is helemaal niet zo. Het is helemaal niet op mijn lijf geschreven, maar het moet wel zo lijken. Ik houd niet van 'acteurs', die op het toneel laten zien hoe moeilijk het is wat ze doen. Ik heb natuurlijk ook mijn eer, dus ik zal zeker zeggen: het mag dan wel op mijn lijf geschreven zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat het vanzelf gaat, hè! Het is nog altijd wel werken hoor.”

De keizer van het verlies en De Koning van het plagiaat zijn in die combinatie voor het eerst te zien geweest op het prestigieuze Festival van Avignon. In 2005 was Fabre daar gastprogrammeur, en opnieuw kreeg de Vlaming er veel kritiek te verduren. Zo zou zijn programma teveel vriendjespolitiek zijn, en klaagde men zelfs in de serieuze pers over het gebrek aan Franse acteurs in dit internationale theaterfestival. Toch was ook daarmee wat vreemds aan de hand, vertelt Roofthooft: ,,'De keizer van het verlies' is daar heel slecht onthaald, zowel naar de tekst als naar mij persoonlijk toe. Maar dezelfde acteur, met dezelfde tekstschrijver in De Koning van het Plagiaat, betekende de resurrectie van Jan Fabre, van Roofthooft. Men vond het het beste van het beste, terwijl het stuk eigenlijk, in manier van spelen en in tekst, identiek was. Het was gewoon het vervolg op De Keizer. Er is toen een omslag gekomen, onverklaarbaar.”

Ligt dat dan misschien aan de inhoud. Is het personage van de Keizer van het Verlies zo onaangenaam dat hij mensen tegen gaat staan? ,,Bij de voorstelling in Avignon moest er iemand in de zaal heel erg hoesten. Ik zeg dan, in mijn rol: 'Wat is dat, zitten we hier in een hospitaal of wat?' En dat is dus precies de titel van de recensie geworden. Alsof dat het thema van het stuk was, maar het was geïmproviseerde tekst. Het was heel verwarrend voor het deskundige publiek. Men zei: deze acteur overschrijdt elke wet van het theater. Maar daar gaat het juist over. Maar het gewone publiek is gebleven. Daarvan kreeg ik staande ovaties. En waar ik van de Franse pers slechte kritieken kreeg voor 'De Keizer', daar heeft het publiek zich solidair met mij gezet. En toen is met 'De Koning' de pers opeens gevolgd. Vreemd. Volgens mij is het onmogelijk om 'De Koning' heel goed te vinden en 'De Keizer' heel slecht. Ofwel je vindt ze allebei zeer slecht of allebei zeer goed.”

Fabre en Roofthooft, die elkaar al in 1986 leerden kennen in de rij voor de loketten bij de wedstrijd Antwerp-Beveren, zijn aan elkaar gewaagd. Roofthooft is de de rustige, Fabre de energieke helft van het tweetal: ,,We zijn voor elkaar erg welkom. Het fatalistische van Fabre, het doorgaan tot op het bot, dat is voor mij heel erg welkom, want anders zou ik een watje zijn. Ik denk dat we een andere kant aan elkaar toevoegen. Dat komt ook voor in het stuk. 'Ik wil u vervoeren naar de andere kant van het zijn'. Dat is waar het allemaal om gaat.”

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up