instagram

Toon

Geachte heer Gispen,

 

Met enige
verbazing heb ik kennis genomen van uw reactie op mijn column van 10
december j.l., waarin ik de vertegenwoordigers van het zogenoemde
Utrechts Model (de verzamelde podiumkunstgezelschappen en theaters
van Utrecht) oproep om zaken hardop uit te spreken, die tot nu toe
vooral gefluisterd werden. Om hen tot een uitspraak te prikkelen doe
ik de suggestie dat zij wellicht bang zijn voor de reactie van de
politiek op hun eventuele kritiek.

Een
aanleiding daarvoor was de heftige uitspraak van de fractie van
Leefbaar Utrecht over de kritiek van de directrice van Galerie Casco
op de laagdrempeligheid van de Culturele Zondagen. Was het niet de
fractie van uw partij die op dat moment de subsidie aan galerie Casco
ter discussie wilde stellen?

Maar ik
begrijp dat uw brief ook niet over die zaak gaat, maar over de
formulering even verderop. En daar heeft u een punt. In het vuur van
mijn betoog spreek ik van een ‘niet aflatende stroom dreigementen’,
en daarmee overdrijf ik de zaak. Of hier sprake is van ‘smaad’ zoals
u dat opvat, betwijfel ik. De overdrijving is – als ik dat ter
verdediging mag aanwenden – mede ontstaan doordat de schok van
de uitspraak van de LU-fractie op de Casco-uitspraak nog heel lang
heeft nagewerkt, en lange tijd de gesprekken tussen cultuurmakers
domineerde. Het was tenslotte een historisch unicum dat een
democratisch gekozen partij ook politiek inhoudelijke eisen leek te
verbinden aan het verlenen van subsidie.

En
misschien is het ook de opstelling van de LU-fractie die mij
verleidde tot een boudere formulering dan ik doorgaans zou gebruiken.
In het verleden is niet altijd met evenveel respect over de brengers
van cultuur gesproken, een situatie waarvan u zelf ook op de hoogte
was bij uw aantreden. Ondanks uw deels geslaagde inspanningen om aan
het gegroeide wantrouwen in de cultuursector een eind te maken, is er
in de kern nog steeds weinig verbeterd. Zo las ik afgelopen maandag
nog op de website van Leefbaar Utrecht het volgende in de daar
gepubliceerde reactie op mijn column (ik citeer letterlijk): ,,Het is
jammer dat er inderdaad een politieke ingreep noodzakelijk was om al
die culturele bastionnetjes te laten beseffen voor wie zij ook alweer
cultuur maakten: voor de mensen. En die mensen bereik je het
makkelijkst door naar ze op te zoeken. Zonder Culturele Zondagen
hadden al die bastionnetjes nog altijd achterovergeleund en zitten
wachten op die enkele bezoeker. En als die bezoeker dan niet kwam,
dan hield men uiteindelijk het handje weer op bij de gemeente, die
het gat in de begroting maar moest dichten.”

Ik bedoel,
u kunt mij toch geen ongelijk geven als ik stel dat de manier waarop
uw partij over cultuur schrijft niet getuigt van respect voor de
makers van cultuur en enig historisch besef over hoe de cultuurwereld
in deze stad heeft gefunctioneerd tot aan de komst van Leefbaar
Utrecht?

Ik wil
maar zeggen dat de sfeer een beetje verpest is geraakt door dit soort
reacties van de kant uw partij op sommige principiële
discussiepunten. Ik was daardoor emotioneel en heb mij vergaloppeerd.

Sorry.

Zou het
niet gewoon beter zijn, geachte heer Gispen, om, net zoals in de
afgelopen paar dagen al gebeurde door vertegenwoordigers van het
culturele veld, de discussie met open vizier te voeren over het
principiële punt van de verhouding tussen politiek en cultuur,
in plaats van meteen te dreigen met gerechtelijke stappen?

Hoogachtend,

Wijbrand Schaap

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up