instagram

Het Theaterfestival is dood, leve het theater

Het zal er heftig aan toe gegaan zijn, afgelopen vrijdag, op de laatste juryvergadering van Het Theaterfestival. Komt initiatiefnemer en algemeen toplobbyist Arthur Sonnen binnen en zegt: ,,Bedankt, jongens en meisjes, het was leuk, maar we gaan het vanaf nu helemaal anders doen: geen jury van theaterjournalisten meer. Dat werkt niet. Volgend jaar doen we het met twee aparte intendanten. Ééntje mag het mooiste Vlaamse theater uitzoeken en de ander doet dat in Nederland. Zijn we eindelijk eens van die compromiskeuzes af. Zijn we eindelijk eens duidelijk. Jullie worden bedankt.”

Lullig.

De stap van Festivaldirecteur Arthur Sonnen past in het tijdsbeeld. De jaarlijkse journalistenselectie van ‘belangwekkende’ voorstellingen uit Nederland en België was een schoolvoorbeeld van het poldermodel. De lijstjes met voorstellingen die uiteindelijk na een vol jaar gepresenteerd werden, waren treurige compromissen. Vaker nog waren het verzamelingen van totaal obscure schuurtjesvoorstellingen uit het diepe achterland van België. Na een succesvolle start van Het Theaterfestival in 1987 kwam er dan ook steeds meer kritiek: wat is in Godsnaam belangwekkend theater? Ondanks dat Arthur Sonnen regelmatig verwees naar een lijvig boekwerkje met brieven waarin de term ‘belangwekkend’ volledig helder zou worden gemaakt, bleek het steeds minder aan het publiek uit te leggen.

Belangrijkste reden voor het kwakkelende bestaan van Het Theaterfestival is echter de toenemende verwijdering tussen het Nederlandse en Vlaamse theaterbestel, en het grote verschil tussen de Nederlandse en Vlaamse theaterpers, met dien verstande dat die Vlaamse theaterpers nauwelijks bestaat. Zo kunnen we tenminste opmaken uit de samenstelling van de jury, want op het laatst zaten er alleen nog maar wetenschappers en ‘publicisten’ voor Vlaanderen in, en geen dagbladjournalisten. En wetenschappers hebben een totaal andere manier van kijken dan dagbladjournalisten. Niet per se beter, maar wel anders. Zo ondervond ook een Nederlands jurylid, dat zich er ooit over beklaagde dat ‘die Belgen echte debating-tijgers waren’, die in eindeloze debatten hun Nederlandse collega’s alle hoeken van de kamer lieten zien. En wetenschappers argumenteren niet alleen zwaarder, ze hebben ook fundamenteel andere opvattingen over wat belangwekkend is, dan de praktijkmensen die dagbladjournalisten nu eenmaal zijn. Wetenschappers zijn nu eenmaal geïnteresseerd in minimale historische vernieuwingen, die in de marge plaatsvinden, terwijl journalisten beroepsmatig meer zijn geïnteresseerd in de bestaande dialoog met het publiek.

En die totaal andere opvatting is belangrijk. Want misschien is het wel aan de schizofrene en obscure Theaterfestivalselecties van met name Vlaamse voorstellingen te danken dat er tegenwoordig geen publiek meer is te vinden voor het Vlaamse theater in Nederland.

Daarom: niets dan lof voor de keuze van Arthur Sonnen om Nederland en België weer van elkaar te scheiden. Alleen is er wel een probleem. Nu de zogenaamde onafhankelijke journalistenjury wordt ingeruild voor het heldere statement van enkele ‘intendant’ is de moeder van alle reprisefestivals totaal overbodig geworden. Want wat is nu nog de meerwaarde ervan, naast de reprisefestivals waarmee alle grote schouwburgen hun eigen seizoen openen? Wat moeten wij dan nog met een festival met de keuze van de een of andere hotemetoot erbij? En hoeveel hotemetoten hebben we eigenlijk, die de gemoederen dusdanig bezighouden dat hun keuze ertoe doet?

Dat Het Theaterfestival nuttig was om uit de dip van de jaren tachtig te komen, is duidelijk. Maar een nuttig geneesmiddel moet je niet door blijven slikken als de kwaal voorbij is. Het is mooi geweest. Nu is het echt tijd om er een punt achter te zetten.

Verschenen als Kunstbroeder in het Utrechts Nieuwsblad van 9 mei 2003.

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up