instagram

Wat

Iedereen roept maar wat over cultuur

Door Wijbrand Schaap

Morgen komt één van de onbelangrijkste onderwerpen van de
Utrechtse begroting aan de orde in de gemeenteraad: cultuur. Op cultuur
is nog nooit een verkiezing gewonnen. Een televisiedebat gaat nooit
over cultuur en in de Nationale Troonrede gaat hoogstens één regel over
cultuur. Zoiets als: ‘Cultuur is best belangrijk en moet genoten kunnen
worden door zoveel mogelijk mensen’. In de partijprogramma’s van de
nieuwe regeringscoalitie staat geen woord over kunst en cultuur.

Cultuur is dan wel typisch zo’n onderwerp, waarover door politici
wel eens wat geroepen wordt. Niks leuker dan wat roepen over cultuur.
Zonder enige consquentie, natuurlijk. Je roept gewoon ‘wat!’, en
daarmee uit. Dat is in Nederland uitgegroeid tot een nationale
traditie. De makers van cultuur zijn daar ook helemaal aan gewend.
Groot was dan ook de commotie in de kunstwereld toen
PvdA-staatssecretaris Van der Ploeg een paar jaar geleden opeens ‘heel
veel’ begon te roepen over cultuur en, erger, daar ook nog echt beleid
van ging maken. Iets met jongeren en allochtonen. Een paar, doorgaans
gerespecteerde, oudere acteurs hebben van pure schrik op Fortuyn
gestemd.

In Utrecht was ooit ook een PvdA’er aan de culturele macht. Mevrouw
Van der Linden begon als wethouder en eindigde als Paulien. Ook zij
riep ‘heel veel’ over cultuur, en verbond daar ook nog maatregelen aan.
Utrecht hield aan haar soms wat autocratische aanpak een bruisend
cultuurleven over, en in ieder geval één prachtig, nieuw theater:
Kikker. Allemaal prachtig. De Utrechtse kunstwereld heeft nu echter een
groot probleem, omdat ‘ûs Paulientje’ in die tijd minstens één keer te
vaak ‘wat’ geroepen heeft. Meer specifiek: ,,Natuurlijk snap ik dat een
theater, dat anderhalf keer zo groot wordt en waar het personeel, onder
druk van nieuwe Arbo-wetgeving, moet professionaliseren, meer geld
nodig heeft voor de exploitatie. Maar daar vinden we wel ‘wat’ op.’’

En toen waren er verkiezingen. Toen was daar opeens Leefbaar
Utrecht. Leefbaar Utrecht riep niet zomaar wat over cultuur, neen.
Leefbaar Utrecht riep: ‘Champagnefuiven!’, ‘Sjarel
Ex-ploitatietekort!’, ‘muurschilderingen!’ en ‘culturele zondagen!’.
Leefbaar Utrecht fluisterde: ‘Oud voor Nieuw beleid betekent geld
inleveren voor cultuur.’ Snel gevolgd door: ‘Nee, per saldo gaat er
geen cent af, zolang we de boel maar naar ons model vernieuwen.’ Een
beetje commotie was het gevolg. Een tuinder werd ontslagen.

Maar toen kwam Theater Kikker erachter dat het inmiddels tot ‘oud
beleid’ was geworden. Het nieuwe stadsbestuur acht zich op geen enkele
manier gebonden aan het ‘wat’ dat het vorige bestuur geroepen had.
Kikker kon fluiten naar het geld. Kikker, het nieuwe, prachtige theater
tegenover het stadhuis, kon zijn personeel gaan ontslaan.

Gelukkig was daar de nieuwe wethouder Gispen. Deze man heeft niet
alleen veel fantasie, hij heeft ook gevoel voor traditie. Wethouder
Gispen begon weer heel ouderwets ‘wat’ te roepen. Utrecht moest groot
denken. Utrecht kon met zijn fantastische culturele zondagen als
festivalstad echt het Avignon van het noorden worden. Utrecht zou, op
weg naar Culturele Hoofdstad van Europa, alle kunstenaarswensen kunnen
vervullen. Van pure opwinding vergat hij een bijpassende
cultuurparagraaf in de begroting op te nemen. Geen nood. Tijdens de
presentatie werd nog wat geroepen: Kikker krijgt een jaartje extra
geld.

Alleen zit het theater nog steeds zonder. Want iedereen in politiek
Utrecht weet waar dat geld vandaan zou moeten komen. Inderdaad, u raad
het al: de culturele zondagen. Als ze daarmee stoppen komen er
driehonderd prachtige theateravonden in Kikker bij. Een heel
schappelijke deal, lijkt me. Maar ja. Leefbaar Utrecht moet dan het
laatste restje nieuw beleid inleveren om al het prachtige wat er al is
te behouden.

Dat is nogal wat. Zou cultuur dan eindelijk belangrijk worden voor de politiek?

Verschenen in de rubriek Kunstbroeders © van het Utrechts Nieuwsblad van 29 mei 2002

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up