instagram

Drop

Droppies helpen niet tegen theaterkriebels

Door Wijbrand Schaap

Afgelopen vrijdag, bij Barend en Van Dorp, hield Willem Nijholt het
niet meer. Na jaren van afwezigheid keert hij terug naar het
schouwburgtoneel, en het is een ramp. Niet dat zijn bijdrage aan Lied
in de Schemering nu zo gekritiseerd wordt, nee. Het zijn de hardnekkige
hoesters, die hem en zijn medespelers al tot drie keer toe hebben
gedwongen om de voorstelling stil te leggen en het publiek tot de orde
te roepen. Naast opstandige CKV-leerlingen hebben we nu dus ook te
maken met hardnekkige hoesters.

Het is mij ook één keer overkomen, maar niet bij Nijholt.
Stadsschouwburg Amsterdam, rij 8, lekker in het midden. Het is zo’n
moment dat je je vak vervloekt: waarom moeten ze recensenten altijd op
die fantastische plaatsen neerzetten? Midden voor het toneel, met een
onpasseerbaar grote hoeveelheid theaterbobo’s links en rechts van je.
Waarom ben ik niet gestopt met roken, toen het nog kon: een jaar of
twintig geleden, dus? En hoe komt de theaterwereld erbij om precies
midden in het griepseizoen de belangrijkste premières te plannen?

Zo’n aanval begint meestal een kwartier nadat het zaallicht uit is
gegaan. Het stuk begint aardig op gang te komen. En dan komt hij.
Ergens aan het begin van de slokdarm, of half boven de stembanden, of
er misschien wel net ín. Als beroepshypochonder verdiep ik me niet in
anatomische details. Het is al erg genoeg dat hij er zit, die kriebel.
Onweerstaanbaar. Een professioneel theaterbezoeker weet er de eerste
minuten wel raad mee. Maar de kriebel is altijd sterker. Níet hoesten,
schreeuw je inwendig, en ook niet rochelen, want dan is het hek van de
dam. Maar vechten is zinloos. Zweet breekt aan alle kanten uit. Je
ruikt het. Zo’n weëe geur. Hoestzweet is het ergste zweet dat er is.

Koel blijven. Hoestplanning. Niet op een stil moment, dat doen
alleen concertgebouwamateurs. Nee. De professionele theaterhoest doe je
tijdens een decorwisseling, op een moment dat een theaterorkest als Het
Paleis van Boem zijn naam weer eens waar maakt, bijvoorbeeld. Of
tijdens een lekkere ruzie op het toneel. Waarom is dit potjandorie weer
zo’n bábbelstuk! Maak ruzie! Breek ruiten! Bereik een hoogtepunt in wat
dan ook!

Ondertussen zit je half voorovergebogen. Je zweet niet alleen, nu
komt het ook uit je ogen en je neus. En dan moet je, half kokhalzend,
toegeven. Mond dicht. Alle geluiddempers activeren. De eerste hoest
helpt niet. De tweede komt vanzelf. De derde en vierde ook. Bezorgde
blikken naast je. Nu komt er ook schaamte- en angstzweet bij. Ergens
van half onder het notitieblokje probeer je begripvragend terug te
kijken. Nog steeds heb je het geluid weten te beperken, maar de
marteling is voor de nabije omgeving voelbaar. Al zeker 5 toeschouwers
van hun stuk gebracht door jouw sterfscène. En die rij. Die is zo lang!
Nu opstaan betekent voorgoed de zaal verlaten.

Meestal duurt zo’n aanval een kwartier, maar zo’n kwartier kan
carrières breken. Vooral je eigen. Je hoort ze al zeggen: ‘Ja, Schaap
vond het dan wel niks, maar hij heeft de helft van de tijd onder zijn
stoel gehangen.’ Sinds die eerste keer neem ik dus altijd sterk spul
mee. Lekkere grote tabletten. Twee, hoogstens drie stuks beheerst
opzuigen, en de lucht klaart op. Ik doe alweer jaren zonder
theaterhoest. Ik dénk er niet eens meer aan. Maar nu gooit de commercie
roet in het eten. Joop van den Ende heeft een sponsor. En wát voor één.
Bij de première van zijn toneelstukken struikel je erover. Vrolijke
meisjes en jongens in blauw uniform.

Gratis Wiebers. Leuk idee, maar verschrikkelijk. Ellendige, veel te
kleine droppies, die in je keel blijven steken. In van die
rammeldoosjes, net als hun hun even geniepige evenknietjes van Potter.
Natuurlijk delen ze speciaal voor de gelegenheid zakjes in plaats van
doosjes uit, maar díe heb ik nog niet in de winkel gezien. Als de actie
aanslaat, zit binnenkort heel theaterland dus vol met rammelende
toeschouwers. Het gouden idee van dropsponsoring gaat zo aan zijn eigen
succes ten onder. Want als je in de foyer van de schouwburg bekant
doodgegooid wordt met die droppies, denk je vanzelf: als ik maar niet
ga hoesten. Meer heeft een goede kriebel niet nodig.

Verschenen in de rubriek Kunstbroeders © op 11 maart 2002

Wil je hulp bij het schrijven, of gewoon een keer advies over je project? Binnenkort komen er weer workshops aan.

Schrijf je nu alvast in voor de nieuwsbrief, dan blijf je op de hoogte.

Scroll Up
Waarmee kan ik je helpen?
Holler Box