instagram

Troost uit Maastricht

Maastricht – Het Theaterfestival toont dit jaar een groot aantal ‘kleine’ voorstellingen van jonge gezelschappen. Één van die voorstellingen is Noordeloos van het Maastrichtse gezelschap De Federatie. Schrijver Peer Wittenbols (32) krijgt met het vijfde stuk dat hij voor De Federatie schreef erkenning als vertegenwoordiger van een nieuwe generatie Nederlandse toneelschrijvers.

Volgens de jury van het theaterfestival doet Wittenbols niet aan experimenten, maar schrijft hij stukken die ‘naadloos aansluiten op het Hollandse genre van het stilleven’: kleine huiselijke taferelen, geen grote thema’s. Peer Wittenbols zal zich ook nooit aan grote thema’s wagen: ,,Die zijn in het theater helemaal niet interessant. Een voorstelling maken over oorlog? Oorlog is slecht. Dat is geen nieuws. Zijn er dan ook goede oorlogen?”

Klein menselijk leed, daarover gaan de stukken die Wittenbols schijft. Rob Ligthert (33), de regisseur met wie hij al sinds de Toneelschool samenwerkt, regisseert ze met veel oog voor detail en zonder grote effecten. Ligthert: ,,Het gaat mij vooral om de taal die Peer schrijft. Die zegt alles al. Die moet je zo goed mogelijk brengen. ‘Punten spelen’ noem ik dat. Een zin heeft een punt aan het einde, en sommige acteurs vergeten dat nogal eens.”

Wittenbols’ toneeldialogen zijn opvallend helder en kort. Wittenbols: ,,Je moet het kunnen begrijpen en het moet er ook zo staan dat je het wilt begrijpen. Door er dan een rare combinatie mee te maken ga je erover nadenken. Dan gaat het lijken op het leven zelf en kun je erom lachen of huilen.” Het is poëzie op de vierkante millimeter, maar daar zit volgens Ligthert een grens aan: ,,Als hij echt gaat dichten moet ik hem onderuit halen. Dan wordt het pretentieus.”

Noordeloos gaat over een echtpaar waarvan de vrouw kanker blijkt te hebben. Terwijl zij in het ziekenhuis wegkwijnt ontstaat er een relatie tussen haar echtgenoot en haar zus, die hem verzorgt. Een pijnlijk en zwaar onderwerp, dat door Wittenbols desondanks heel lichtjes wordt beschreven. Zonder dat het ook maar één moment sentimenteel wordt, krijg je als toeschouwer begrip voor alle personages. Daardoor brengt de tragische afloop van het stuk zelfs nog iets van troost met zich mee. ,,Dat is ook heel nadrukkelijk de bedoeling: troostrijk toneel”, zegt Wittenbols vurig: ,,Iedereen heeft het beste met elkaar voor, en ze hebben allemaal gelijk. Dan komen ze vanzelf in de problemen, maar zo zit het leven in elkaar.” Ligthert valt hem bij: ,,Slechte mensen bestaan niet, en als ze al bestaan zijn ze theatraal niet interessant.”

Zijn ze niet bang om als zachte eitjes te worden beschouwd? Volgens Wittenbols valt dat mee: ,,We geven onszelf geen opdracht tot fatsoen. We leven mee met onze personages. Zelf zijn we tenslotte ook van die ploeteraars.” Theater maken dat ‘in de open wonden van de samenleving peurt’ hoeft niet van Rob Ligthert: ,,We vinden het verwerpelijk om te zeggen: het leven is slecht en dus maken we het op het toneel nog erger. Zulke boodschappen zie je nog wel, maar die komen vooral van de theatermakers die nog met tomaten hebben gegooid.”

Voelen ze zich dan onderdeel van de ‘Nix-generatie’, de kinderen van de ‘nineties’ die geen idealen meer hebben en vooral op zoek zijn naar zoveel mogelijk plezier? Wittenbols: ,,Mijn volgende stuk, Ochtendkroniek, gaat over mensen die zo gelukkig zijn dat ze zich geen raad weten. Dat is ook heel erg.” Ligthert: ,,Voor onze generatie geldt: hoe kom ik zo onbeschadigd mogelijk de dag door. Iedereen probeert paniek te vermijden. Dat is niet ‘nix’, volgens mij.”

Paniek vermijden is op dit moment heel actueel voor De Federatie. Vanuit de Maastrichtse keuken die tevens dienst doet als kantoor van het gezelschap is de Maastrichtse overheid al jaren bestookt met aanvragen voor meer subsidie dan de 7500 gulden die nu wordt gegeven. Tot nu toe vergeefs. Ligthert: ,,Als we in januari nog steeds niets hebben gehoord gaan we weg uit Maastricht, hoe jammer we dat ook vinden. Dan bieden we ons te koop aan.” Wittenbols: ,,En we zijn niet duur, zet dat er maar bij.”

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up