instagram

Feike Looyen: Een wonder uit Waddinxveen

Intro: Elk jaar studeren veel mensen af aan de verschillende kunstvakopleidingen in Nederland. Klaar voor een onzekere toekomst in een moeilijk vak. Sommigen springen er al uit voor ze klaar zijn. Feike Looyen (Waddinxveen, 1974) studeert volgende week af aan de acteursopleiding van Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten. Ze heeft al werk tot de volgende eeuw.

Door Wijbrand Schaap

Utrecht – Het is allemaal de schuld van Juffie Joy. In groep één van de Waddinxveense basisschool moest Feike Looyen een tekening maken van wat ze later wilde worden. Ze tekende een man met een gitaar op een podium, maar wist niet precies hoe dat nou heette. ‘Acteur’, zei Juffie Joy, de groepsleidster. Dus werd het theater en niet popmuziek. ,,Dat is maar goed ook”, zegt de 23-jarige actrice nu: ,,want ik kan helemaal niet zingen.”

Wat ze wel kan, liet Feike Looyen dit jaar zien tijdens het Utrechtse Festival a/d Werf. In Todje, een voorstelling van de eigenzinnige theatermaker Harm van Geel, speelde ze een losgeslagen pubermeid. Ze deed dat met zoveel energie en zo ontroerend, dat de landelijke pers haar spel unaniem roemde. Maar er is meer. De koning aller castingbureau’s, Hans Kemna, heeft haar er al uitgepikt. Komend seizoen speelt Feike Looyen een hoofdrol in Hondje, de nieuwe familievoorstelling van Rieks Swarte bij het Ro Theater. En ook daarna ligt er al het nodige werk klaar.

Zoveel succes is voldoende om eens flink naast je schoenen te gaan lopen, maar daarvan is niets te merken. Ze is een keiharde werker, die alles laat staan voor het theater. Een enorme ambitie, zonder een spoor van pretenties. Ze lacht en zet een lekkere toon op: ,,Is dat typisch Rotterdams, dan? ‘èèch wel’.” Geboren in Waddinxveen, getogen in Gouda, zat Feike Looyen vanaf haar dertiende in al haar vrije uurtjes op de Jeugdtheaterschool Hofplein in Rotterdam. Spelen, spelen en nog eens spelen: ,,Dat had mijn moeder mij al verteld, toen ik na die tekening thuiskwam met de boodschap dat ik actrice wilde worden: als je naar de toneelschool wil, moet je heel hard werken.”

Na haar eindexamen werd ze enthousiast aangenomen op de Toneelschool in Maastricht. Ze hield het een half jaar vol: ,,Het was verschrikkelijk. In dat eerste jaar wordt je volledig aan stukken gehakt door de docenten. Ze vertellen erbij dat Maastricht ook nog eens de enige echte toneelopleiding is, en dat als je het daar niet haalt, je het wel kunt vergeten.” Tijdens een treinreis nam ze het besluit. Ergens halverwege stapte ze uit de trein en is sindsdien nooit meer in Maastricht gesignaleerd.

,,Ik was kapot. Ik heb een jaartje rust genomen om te kijken of ik niet gewoon een vak moest gaan leren. Kleuterleidster of zo. Ik ontdekte toen dat ik echt niets anders wilde dan acteren, dus ging ik weer auditie doen.” De nieuwe toneelschool in Utrecht, voortgekomen uit  de dramadocentenopleiding, ontving haar met open armen.

Zelf had ze echter de nodige twijfels: ,,Eigenlijk ben ik het in Utrecht pas vanaf mijn derde jaar leuk gaan vinden. In die eerste twee jaar speel je maar heel weinig. Allemaal basisdingen moet je doen: groepsprocessen, de ruimte verkennen, dat soort dingen: gemiereneuk over binnen- en buitenwereld. Natuurlijk heb ik er veel aan gehad, maar gewoon lekker spelen was er niet bij. Pas toen ik in het derde jaar in ‘Op Hoop van Zegen’ stond, ging het rollen.”

Toneelspelen is ‘retehard’ werken, en dat wil ze vanaf nu elke dag doen. ,,Ik wil álles spelen. Zolang ik maar met een rol de diepte in kan gaan.” Feike Looyen is verliefd op het toneel en het publiek. Al vanaf haar eerste rol, toen ze als meisje van zes een kikkertje speelde in de Goudse schouwburg: ,,Ik deed mijn ogen open en toen zag ik het publiek en al die lampen. Een droom. Toen wist ik het echt zeker. Dat beeld heeft me nooit meer losgelaten.”

Meer schrijfhulp?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Scroll Up