Ger Thijs over amateurs

Ger Thijs: regisseurs zijn de ziekte van het theater Ger Thijs: Van Oude Ogen en de Ziekte van het Regisseren. Vorig jaar juni wist Ger Thijs, artistiek leider van het Nationale Toneel in Den Haag, nog niet wat hem dit seizoen boven het hoofd hing. Een conflict met het bestuur van het gezelschap leidde tot… Lees verder

Rick van der Ploeg over amateurs

The Twilight Zone The Twilight Zone Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W) heeft slechts op afstand te maken met amateurkunst. Subsidies en beslissingen daarover vallen meestal onder verantwoordelijkheid van gemeentes en provincies. Rick van der Ploeg, de staatssecretaris van Cultuur, draagt amateurkunst echter een warm hart toe, vooral waar amateurs en professionals tot… Lees verder

Ton Lutz over amateurs

Altijd amateur gebleven Altijd amateur gebleven Als er iemand is die je zou kunnen uitkiezen om een amateur-festival te jureren, dan is het wel Ton Lutz. De oude meester, dit jaar net tachtig geworden, heeft in zijn lange carrière nooit zijn neus oppgehaald voor het amateurtheater. Op het festival van vorig jaar hield hij als… Lees verder

Voorwoord: Theateramateurs zijn liefhebbers van theater

De “ambitieuze amateurs”, waar dit onderzoek over gaat, vormen in alle opzichten de top van het amateurtheater: de ambitie is hoog, de spoeling dun, en subsidies vrijwel afwezig. De tijdsinvestering van de makers is meestal groot, waardoor ze zelden buiten hun eigen wereld treden. Ze zien niet wat anderen doen, kijken zelden naar het professionele theater omdat ze zelf ‘s avonds aan het repeteren zijn. In het grijze gebied komt behalve ambitie ook erg veel pretentie voor.

Inleiding: Waarom mensen voor een toneelvereniging kiezen? Daar zijn honderden redenen voor te geven. Plezier is daar de belangrijkste van.

Het doel van deze evaluatie is in de eerste plaats het beschrijven van het NCA Amateur Theater Circuit. Op basis van de gegevens en de gesprekken met betrokkenen heb ik me echter veroorloofd om een aantal aanbevelingen te doen voor de toekomstige ontwikkeling van het Circuit. Aan het eind van dit verslag, in het hoofdstuk “De toekomst” wordt daar nader op in gegaan.

Ontstaansgeschiedenis: Het tournee-idee voor amateurs is niet nieuw. Vroeger bestond er in Nederland Het Landjuweel.

Iedereen die theater maakt vindt zichzelf op zijn minst bijzonder, en het is ook een kunstvorm, waarin de makers een zekere eigenzinnigheid nooit ontzegd kan worden. Deze factoren bepalen het aanbod van groepen die in het Circuit willen spelen. Hoe het NCA deze criteria echter werkelijk invult, wordt duidelijk uit de selectie: daar ligt de ware visie van het NCA, het onderwerp van deze evaluatie.

Keuze: Het NCA wil met het Amateur Theater Circuit bijzondere en belangwekkende ontwikkelingen volgen in het amateurtheater.

In het amateurtheater moet, volgens het NCA Amateur Theater Circuit, de amateurspeler centraal staan. Circuitwaardig amateurtheater verenigt ambacht en eigenzinnigheid op een manier die beantwoordt aan de vermogens en belevingswereld van de spelers, zodanig, dat het spelplezier en de inhoudelijke overtuiging van die spelers op ieder willekeurig publiek overkomen.

Theaters: Net als de voorstellingen zijn ook de theaters, waaruit het Circuit bestaat, aan selectie onderhevig geweest

De gevolgen van de reorganisatie zijn zeer gunstig geweest voor het Circuit. Dank zij de strenge selectie van theaters en voorstellingen begint het Circuit een “gezicht” te ontwikkelen. De schaalverkleining heeft de werkdruk binnen de organisatie wat de planning betreft iets verminderd. Bovendien is de continuïteit van het Circuit beter gewaarborgd. In bijna alle deelnemende theaters is per maand één voorstelling te zien geweest.

Stand van zaken: Volgens de selecteurs van het NCA ontberen lokaal “beroemde” voorstellingen vaak de basiskwaliteit die van een Circuit-voorstelling mag worden geëist.

Een extra investering in het Circuit zal (op termijn) zeker zijn vruchten kunnen afwerpen. Meer inspanningen op het gebied van vooral personeel en publiciteit zullen een beter “produkt” opleveren waar uiteindelijk ook meer publiek op zal afkomen. Op deze manier zal de prijs per voorstelling en de prijs per toeschouwer zodanig dalen, dat een optimaal rendement wordt verkregen uit de verstrekte subsidiebedragen.