instagram

Als we ze niet verkopen, kan ik er zelf nog op fietsen

Ruwstenen muren, een houten bar, en publiek dat je in een grootsteedse koffiezaak kunt verwachten: jong en hip, gewapend met dunne laptop of tabletcomputer en aan de koffie. Niets in Lola Bikes&Coffee doet vermoeden dat je bij een fietsenmaker zit. En toch is Lola Bikes & Coffee, om de hoek bij de koningin op het Haagse Noordeinde, een fietsenmaker. Maar dan wel een van het nieuwe slag. (Verschenen in De Vogelvrije Fietser van januari 2013)

Ze staan prominent in de winkel. Twee BSA stadsfietsen in originele staat uit het bouwjaar 1970. “Een man uit de buurt heeft ze hier neergezet. Hij heeft er jaren samen met zijn vrouw vol liefde voor gezorgd. Alle onderdelen zijn origineel, en alles is perfect onderhouden. Nu ze wat ouder zijn en minder ruimte hebben, heeft hij ze aan ons gegeven. We mogen ze verkopen, maar alleen aan kopers die beide fietsen willen hebben, en die beloven er net zo goed voor te zorgen als zij gedaan hebben. Voorlopig hebben we die koper nog niet gevonden.”

Ze staan prominent in de winkel. Twee BSA stadsfietsen in originele staat uit het bouwjaar 1970. “Een man uit de buurt heeft ze hier neergezet. Hij heeft er jaren samen met zijn vrouw vol liefde voor gezorgd. Alle onderdelen zijn origineel, en alles is perfect onderhouden. Nu ze wat ouder zijn en minder ruimte hebben, heeft hij ze aan ons gegeven. We mogen ze verkopen, maar alleen aan kopers die beide fietsen willen hebben, en die beloven er net zo goed voor te zorgen als zij gedaan hebben. Voorlopig hebben we die koper nog niet gevonden.”

Arthur Wieffering is met Reinier Hamel deze winkel begonnen, Een winkel waarin naast koffie en fietsreparaties ook exclusieve fietsen worden verkocht. Van de inmiddels steeds bekender wordende ‘fixies’ of ‘doortrappers’ tot fietsen met megadikke banden voor het zwaardere offroad-werk. Dat Lola Bikes and Coffee zich niet op een heel breed publiek richt, moge duidelijk zijn. Wieffering beaamt dat volmondig: “Ik vind eigenlijk geen enkele fietsenwinkel leuk. Wij hebben een andere filosofie: je moet doen wat je leuk vindt. Koffie vinden we mooi. Fietsen vinden we mooi. We doen het niet om zoveel mogelijk te verkopen. Ik verkoop liever wat ik mooi vind en wat klopt. Als het lukt dan houden we elk jaar een potje over om iets te doen waar we achter staan. Iets nieuws ontwikkelen. Want dat is ons uiteindelijke doel.”

Puur idealisme lijkt het, maar er zit wel een idee achter. Moet ook wel, want in een tijd waarin de ene na de andere kleinere fietsenmaker het loodje legt, moet je met een plan komen, wil je overleven in deze branche. Hoewel Wieffering dat liever anders ziet:

“We hebben niet zoveel uitgerekend. We doen gewoon waar we in geloven. We hebben gekeken hoeveel vaste lasten we zouden hebben. Als er helemaal niemand is dan stopt het personeel en gaan we er zelf in werken. We hebben alleen het pandje.”

Met zo weinig vaste lasten, en zo weinig voorraad aan onderdelen en accessoires maakt ook dat je je minder zorgen hoeft maken over de omzet uit de verkoop. De fietsen in de winkel zijn te koop, maar dat hoeft niet, vertelt Wieffering: “Er staan hier allemaal fietsen die ik zelf mooi vind. Heel veel van die fietsen hebben we destijds in onze maat gekocht, van ons eigen eigen geld. Dat kwam omdat we destijds niet eens zeker wisten of we dit pandje konden krijgen. Dit zijn fietsen die je soms al een half jaar van tevoren moet bestellen, wil je ze op tijd hebben. Maar het voordeel is: als we ze niet verkopen, kan ik er tenminste zelf nog op fietsen.”

Zoiets kan een gemiddelde fietsenwinkelier niet zeggen. Die onderhandelt met vertegenwoordigers van de grotere fietsfabrieken en moet aan het begin van elk seizoen diep in de buidel tasten om een verkoopvoorraad in te kopen. Als de verkoop dan tegenvalt, zit de winkelier met de gebakken peren, legt Wieffering uit: “Als jij gedwongen bent om aan het begin van het seizoen een bepaald aantal fietsen af te nemen, dan ben je geen winkel meer, maar een groothandel, een distributeur. Als ik zoveel fietsen moet afnemen zodat het merk een bepaald aantal containers kan bestellen in het verre oosten, loop ik een enorm ondernemersrisico. Als het merk niet verkoopt, is het jouw probleem, niet dat van de fabriek. Ik wil tevreden klanten, door ze service te geven. Daar steek ik tijd in.”

En dat doe je dus door een gemixte formule, zoals deze coffeeshop annex fietsenwinkel. Een onbekend concept, hier, maar niet in de rest van de wereld, weet Wieffering: “Een Amerikaan die hier binnenkomt zegt meteen: wat een leuke fietsenwinkel. Een Nederlander denkt dat het een museum is. Maar dat is ook goed. Sommige fietsen die hier hangen, daar moet je eerst heel lang naar kijken, voordat je ze koopt. Zo’n Cielo, die koop je pas over vijf of tien jaar. Niet nu. Daar moet je klaar voor zijn. De fabriek maakt 150 fietsen fietsen per jaar en de levertijd is alleen al zeven maanden.”

Fietsen voor fijnproevers dus: “Voor mensen die fietsen uit passie is een fiets iets speciaals, maar voor de meeste Nederlanders is een fiets gewoon een gebruiksvoorwerp waar niet al teveel aan moet mankeren, en dat niet speciaal mooi hoeft te zijn. Een Opel of een Volkswagen, zeg maar. Het gaat om betrouwbaarheid, niet om passie.”

Als voorbeeld noemt hij de opvallende dikkebandenfietsen die prominent voorin de winkel staan: “We zijn de tweede in de wereld die met die dikkebandenfietsen toers doen. Ik haal er de kosten niet mee uit, maar het is leuk om te doen. En tegelijk laten we steeds meer mensen merken dat je er heel erg goed en comfortabel op kunt fietsen.”

Lola Bikes and Coffee gaat over fietsen als lifestyle. Het zijn ondernemers met een passie, en ze hoeven er niet eens rijk van te worden: “Het zijn de ‘fixie’-rijders die er weer een lifestyle van gemaakt hebben. Dat is in de rest van de wereld al zo, en dat begint nu in Nederland ook op te komen. Die mensen maken alles zelf, zoeken zelf de frames en de onderdelen uit, en zorgen er ook voor dat ze er goed uit zien.”

En dat geldt ook voor de winkel. Daar zit, met de ruwhouten bankjes, de in regenboogkleuren beschilderde bar en ruwstenen muren een mooi concept achter. Maar dat mogen we niet zeggen, vindt Wieffering: “Ik ben me steeds meer aan het woord concept gaan ergeren. Laatst kwam iemand in onze winkel die hem wilde laten zien aan anderen als voorbeeld van een mooi concept. Toen zei ik: ‘Heb je een vriend thuis? Is die mooi? Die ga je toch ook geen concept noemen?’”

Scroll Up